Persoonlijke hulpmiddelen

Agentschap van weddenschappen op paardenwedrennen

De Gemeenteraad,

Gelet artikel 170 van de Grondwet ;

Gelet op artikels 117 en 118 van de nieuwe gemeentewet;

Gezien de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;

Gezien de Ordonnantie van 12.02.2015 wijzigend de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;

Gelet op het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, in het bijzonder artikel 74, welke de gemeenten verbiedt, onder welke vorm ook, belastingen te heffen op de spelen en de weddenschappen bedoeld in titel III van dit Wetboek maar hun wel toelaat een belasting heffen op de agentschappen voor weddenschappen op paardenwedrennen in het kader van artikel 66 van datzelfde Wetboek ; dat bepaalt dat de gemeentebelasting, per agentschap, de 62€ per maand of gedeelte van maand van uitbating niet mag overschrijden ;

Gezien de financiële toestand van de gemeente;

Op voorstel van het Schepencollege;

STELT  VAST :

het volgende fiscaal reglement vanaf 01/06/2015 en voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2019 :

Artikel 1

Er wordt een belasting geheven op ieder agentschap van weddenschappen op paardenwedrennen gevestigd of te vestigen op het grondgebied van de Gemeente

Artikel 2

De belasting bedraagt 62 € per maand en per agentschap van weddenschap op paardenwedrennen.

Artikel 3

De belasting is hoofdelijk verschuldigd door :
- de persoon die de inleggen, inzetten of weddenschappen aanneemt hetzij voor eigen rekening, hetzij als tussenpersoon;
- de persoon voor wiens rekening een tussenpersoon (beheerder, aangestelde, houder, enz...) de inleggen, inzetten of weddenschappen aanneemt;
- de personen die lokalen ter beschikking van de spelers stellen.

Artikel 4

Ingeval van sluiting van een agentschap om gelijk welke reden, is de beslasting niet meer verschuldigd vanaf de daarop volgende maand. Ingeval van verandering in de uitbating van de inrichting komt de betaalde belasting ten gunste van de nieuwe uitbater.
Deze is ten zelfder titel solidair verantwoordelijk met zijn voorganger voor de betaling van de belasting.

Artikel 5

Voor een welbepaald aanslagjaar stuurt het Gemeentebestuur een aangifteformulier aan de belastingplichtige, dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, binnen de 30 kalenderdagen , moet worden teruggestuurd. De belastingplichtigen, die niet door de volkstelling werden getroffen, worden verondersteld om zelf een aangifteformulier aan te vragen bij de gemeentelijke administratie en deze volgens hierboven vermelde modaliteiten terug op te sturen. De aangifte geldt tot wederopzegging.

In het geval van wijzigingen in de belastinggrondslag, moet de belastingplichtige een nieuw aangifteformulier aanvragen, deze naar behoren invullen, ondertekenen en terugsturen naar de gemeente dit binnen de 15 dagen na het ontstaan van de gebeurtenis. Onverminderd de bepalingen van deze verordening, de nieuwe aangifte vormt de basis bij de inkohiering voor de komende jaren en herroept uitdrukkelijk het vorige aangifteformulier.

Artikel 6

De belasting wordt geheven via kohier.

De invordering en de geschillen worden beheerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.

Document acties