Persoonlijke hulpmiddelen

Algemene politiereglement of begrafenissen, het lijkenvervoer, de lijkverbrandingen en de begrafplaats

Algemeen politiereglement op de begrafenissen, het lijkenvervoer, de lijkverbrandingen en de begraafplaats

TITEL I. – DIENST VAN DE BEGRAFENISSEN

 

HOOFDSTUK I. – HET PERSONEEL VAN DE BEGRAFENISSEN.

Artikel 1

Het kader van het administratief, het meesters-, technisch en werkliedenpersoneel, vastgesteld door de Gemeenteraad, bepaalt het aantal bedienden en werklieden verbonden aan de dienst van de begrafenissen en van de begraafplaats alsook hun graad in de administratieve hiërarchie.

Artikel 2

Alle voorschriften van de reglementen van inwendige orde van het Gemeentebestuur die namelijk betrekking hebben op de benoemingen van het personeel, bevorderingen, wijze van toepassing van de weddeschalen, kledingvergoeding, tuchtmaatregelen, terbeschikkingstellingen, duur van de prestaties, verlof en pensioen zijn toepasselijk op de personeelsleden van de dienst van de begrafenissen en van de begraafplaats.

Artikel 3

Het uniform van het personeel van de Begrafenissen en de Begraafplaats wordt bepaald door het Kollege van Burgemeester en Schepenen.

Tijdens de dienst moeten de bedienden in uniform zijn. Het is hen verboden dit te dragen buiten de uitoefening van hun bediening.

Artikel 4

De dienst van de Begrafenissen en de Begraafplaats staat onder de leiding van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

Artikel 5

De hoofdgrafmaker wordt, onder het gezag van de Burgemeester, belast met de politie van de begraafplaats. Hij waakt over de uitvoering van de wetten en reglementen en brengt verslag uit bij de politiecommissaris over de overtredingen die hij vaststelt of waarvan hij kennis krijgt door het personeel onder zijn bevel.

Bovendien wordt hij belast met :

  1. de uitvoering van alles betreffende het afhalen, het vervoer en begraven van de lijken, hij heeft de leiding van al de personeelsleden van de dienst van de begrafenissen en de begraafplaats ;
  2. het bewaken, het onderhoud en het behoud van de begraafplaats, het dodenhuis, de crypten en het Columbarium evenals de administratieve gebouwen opgericht binnen de omheining van de begraafplaats ;

c) het bepalen van de plaatsen bestemd voor begrafenissen, het erop toezien dat de gedenktekens en grafkelders op de door hem aangeduide plaatsen worden gebouwd in overeenstemming met de reglementaire voorschriften en de opgelegde voorwaarden.

d) het houden van alle steekkaarten over de begrafenissen alsook het algemeen register van de begrafenissen, gemerkt en geparafeerd door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand en waarin hij dag na dag, zonder wit noch tussenruimte overgaat tot de inschrijving van :

  1. het algemeen volgnummer waaronder de lijken worden begraven; dit nummer wordt aangeduid op een loden plaatje vastgehecht op de lijkkist op het ogenblik van de teraardebestelling;
  2. de naam, voornamen, burgerlijke stand, woonplaats en ouderdom van de begraven personen, evenals de data en plaatsen van overlijden;
  3. de juiste aanduiding van de plaats van de teraardebestelling;
  4. de datum van aflevering van de toelating tot begraven;

 

e) het bijhouden en het klassement op datum van de aanvragen betreffende het plaatsen van grafstenen op graven, en platen op crypten en missen van het columbarium per datum rangschikken.

Het register wordt op het einde van ieder jaar afgesloten.

Bovendien duidt hij op het grondplan van de begraafplaats het algemeen nummer en de plaats van iedere teraardebestelling aan.

  1. aanwezig te zijn bij opgravingen en erop proces-verbaal maken.
  2. te waken over het degelijk onderhoud van de beplantingen, de perken en de wegen.

Artikel 6

De begrafenisleider, de hoofdgrafmaker en de hulpgrafmakers waken over de stipte naleving van de politiemaatregelen, van de wetten, reglementen en instructies die gelden voor de begraafplaats.

Artikel 7

Onder het gezag van de dienst Burgerlijke Stand is de hoofdgrafmaker belast met de verdeling van het werk en het toezicht over de werklieden.

Hij bakent de plaats af of waakt over de afbakening van de percelen, de wegen, de lanen. Hij bakent de plaats af van de grafkelders en duidt de rooilijnen aan voor het oprichten van gedenktekens.

Hij waakt er over dat de grafkelders en gedenktekens aangelegd worden volgens de reglementaire voorschriften en de toegelaten voorwaarden; wekelijks controleert hij ter plaatse, de nieuw geplaatste graftekens, evenals de opschriften en wijzigingen.

Hij doet overgaan tot het delven van de grafkelders, de teraardebestelling van de lijken en plaatst op de doodkisten en de asurnen, op het ogenblik van de begrafenis, het loden plaatje met het algemeen volgnummer van de begraafplaats.

Hij wordt in het bijzonder belast met het onderhoud van het dodenhuis en de uitvoering van alle gezondheidsmaatregelen betreffende de lijken die er ondergebracht worden.

Deze bevoegdheden zijn niet beperkend en kunnen door een beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen gewijzigd worden.

Artikel 8

De begrafenisleider wordt belast met de leiding en de politie van de lijkstoeten. Hij woont de lichting en het vervoer van de lijken bij en zorgt voor de stipte naleving van de reglementen betreffende de begrafenissen en de voorschriften bevolen door het bestuur. Te dien einde voert hij de bevelen uit van de dienst van de begrafenissen.

In de gevallen voorzien door de reglementaire voorschriften, gaat hij over tot het plaatsen van de zegels op de kisten.

Wanneer de noodwendigheden van de dienst het eisen, mag het kerkhofspersonneel aangeduid worden door de Burgemeester als leider om tijdelijk deze funktie te vervullen. In dat geval oefenen deze agenten dezelfde funkties uit en hebben dezelfde bevoegdheden als de titelvoerende begrafenisleider.

Artikel 9

De politiebevoegdheid toevertrouwd aan de hoofdgrafmaker en aan de grafmakers wordt door de belanghebbenden uitsluitend uitgevoerd binnen de grenzen van de begraafplaats.

Deze toevertrouwd aan de begrafenisleider wordt beperkt tot het doen naleven van de voorschriften van het begrafenisreglement tijdens de lijkplechtigheden en het vervoer waarvan hij de leiding heeft. De begrafenisleider brengt verslag uit bij de hoofdpolitiecommissaris over de overtredingen die hij vastgesteld heeft of die hem ter kennis gebracht werden.

De politiebevoegdheid geeft aan voormelde agenten van de dienst van de begrafenissen geen recht op de vergoeding toegekend aan de categorie van de leden van de politie.

Artikel 10

Het is aan alle personeelsleden van de dienst van de begrafenissen en de begraafplaats verboden:

  1. elke vorm van gratificaties te vragen of te ontvangen. Het is hen op straf verboden, rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan alle leveringen of ondernemingen voor begrafenissen, gedenktekens, grafkelders, stenen en zich rechtstreeks of door tussenpersonen bezig te houden met handelsverrichtingen die enigerlei verband houden met de dienst van de begrafenissen, het onderhoud en de organisatie van de begraafplaatsen of het lijkenvervoer.
  2. Te roken tijdens de begrafenisplechtigheden en de diensturen, behalve tijdens de daartoe bestemde pauzes;
  3. in de begraafplaats, in de lokalen van de dienst of hun bijgebouwen alcoholische dranken binnen te brengen of zich gedurende de diensturen in private huizen of drankhuizen te begeven.
  4. zonder toelating het werk te verlaten gedurende de diensturen.
  5. gereedschap van de gemeente voor eigen gebruik te bezigen.
  6. in de lokalen van de dienst of hun bijgebouwen personen vreemd aan de dienst binnen te brengen of toe te laten, zo deze niet voorzien zijn van een schriftelijke machtiging van het diensthoofd.
  7. werken te verrichten die hen niet opgelegd worden.
  8. in de lokalen van de dienst of op de openbare weg, strooibrieven, plakbrieven, vlugschriften, enz... waarvan de verdeling niet door het bestuur is toegelaten aan te plakken of uit te delen.
  9. om tijdens de diensturen andere dan de hen toegewezen taken uit te voeren.

 

Artikel 11

De grafmakers moeten op straf van disciplinaire straffen en onder voorbehoud van de straffen voorzien bij de in voege zijnde wetten aan de hoofdgrafmmaker alle voorwerpen en waarden overmaken die zouden gevonden zijn bij het openmaken van graven.

Artikel 12

Diensturen van het personeel en van de begrafenissen op de begraafplaats

Behoudens afwijking is de aankomst van de laatste lijkstoet vastgesteld op, ten laatste, 15.30 uur van maandag tot en met vrijdag.

De diensturen van het personeel van de begraafplaats zijn de volgende : van maandag tot vrijdag van 7.30 uur tot  12 uur en van 12.45 uur tot 16 uur. Elke buiten deze uren verrichte prestatie wordt beschouwd als zijnde overuren, zoals vermeld in het arbeidsreglement.

 

HOOFDSTUK II. - OVER DE AANGIFTE EN HET NAZIEN VAN HET OVERLIJDEN.

Artikel 13

Overlijdens in Watermaal-Bosvoorde en het vinden van lichamen zelfs onvolledig op het grondgebied van de gemeente of het aanbieden van elke levenloze foetus, indien deze na meer dan 180 dagen zwangerschap levenloos wordt geboren, moeten onmiddellijk worden aangegeven, ofwel ten laatste op de eerste werkdag volgend op het overlijden of het vinden van het lijk bij de dienst Burgerlijke Stand van Watermaal-Bosvoorde. Onder zwangerschap wordt hier de tijd bedoeld tussen de conceptie en de bevalling en niet de reële duur van het intra-uteriene leven van de embryo of foetus

Deze mededeling moet geschieden :

  1. voor de overlijdens die plaatsgrijpen te Watermaal - Bosvoorde, door een persoon daartoe afgevaardigd door de familie;
  2. in de gevallen voorzien door het artikel 81 van het burgerlijke wetboek. Een proces-verbal zal door de Politie opgemaakt en ter inlichting aan het Parket overgemaakt worden.

De aangevers moeten verplicht volgende documenten overleggen :

- een medisch attest van overlijden

- de identiteitsbewijzen van de overledene (identiteitskaart, trouwboekje, paspoort, enz …)

- de inlichtingen betreffende het begraven van de lijkkisten, de urnen, de cellen van het columbarium of de asverstrooiing.

Tot slot zullen zij ook de nodige inlichtingen verstrekken voor de aangifte van minderjarige kinderen en de successie van de overledene. 

Artikel 14

De verificatie van de overlijdens wordt uitgevoerd door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, overeenkomstig artikel 77 van het burgerlijk wetboek. Deze Ambtenaar wordt bijgestaan door een geneesheer benoemd door de Gemeenteraad.

De dokter wordt per prestatie betaald, waarvan het bedrag vastgesteld wordt door de Gemeenteraad.

Artikel 15

Wanneer de overledene moet gecremeerd worden, in overeenstemming met artikel 14 hierboven, verwittigt de dienst van de burgerlijke stand de medische-controleur, via een speciaal formulier. De vaststelling zal ten laatste de volgende dag geschieden.

Na onderzoek van de overledene vervolledigt de dokter-verificateur het proces-verbaal gevoegd bij zijn oproeping.

Desnoods, wanneer de staat van de overledene zulks vereist, schrijft de dokter-verificateur het gebruik van ontsmettingsmiddelen voor en waakt er over dat ze worden toegepast.

Artikel 16

Indien de dokter-verificateur oordeelt dat het overlijden een natuurlijke oorzaak heeft, zal zijn proces-verbaal vermelden dat er zich niets verzet tegen het afleveren van de toelating tot begraven. Indien er integendeel enige twijfel bestaat over de oorzaal van het overlijden, zal hij verklaren dat de begrafenis moet uitgesteld worden.

Indien de staat van de overledene het minste kenteken van gewelddadige of verdachte dood schijnt te vertonen, zal de dokter-verificateur er melding van maken in zijn proces-verbaal; hiervan wordt er onmiddellijk bericht gegeven aan de politiecommissaris met het oog op de vervulling van de formaliteiten voorgeschreven door het artikel 81 van het burgerlijk wetboek en artikel 44 van het wetboek van strafvordering.

Artikel 17

Het is verboden tot het mouleren, het balsemen, het kisten en het begraven van de lijken over te gaan alvorens de dood behoorlijk vastgesteld werd. De dokter-verificateur stelt de politiecommissaris op de hoogte van de inbreuken op dit voorschrift.

Artikel 18

Na de verificatie of de vaststelling van de staat van de overledene geeft de dokter-verificateur zijn proces-verbaal af aan de personen belast met de verklaring bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand krachtens artikel 78 van het burgerlijk wetboek.

Artikel 19

Overeenkomstig de onderrichtingen van het burgerlijk wetboek, moet de verklaring van het overlijden aan de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand gedaan worden.

HOOFDSTUK III. - OVER DE FORMALITEITEN DIE DE BEGRAFENIS OF DE LIJKVERBRANDING VOORAFGAAN.

Artikel 20

De begrafenissen zijn ondergeschikt aan de aangifte aan hoofdgrafmaker belast met de politie en het bestuur van de begraafplaats, van het verlof tot begraven, voorzien bij artikel 77 van het burgerlijke wetboek.

Dit verlof wordt door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand afgeleverd op zicht van het proces-verbaal van vaststelling van het overlijden.

De Ambtenaar van Burgerlijke Stand heeft echter de toelating, indien de overleden persoon slachtoffer is van een epidemische of besmettelijke ziekte, het verlof tot begraven af te leveren voor het verstrijken van de periode van 24 uur, zoals bepaald door artikel 77 van het Burgerlijk Wetboek

Hetzelfde geldt voor gevallen waarin, omwille van de hygiëne of de volksgezondheid, de burgemeester het bevel geeft om de begrafenis dringend en dadelijk uit te voeren.

Artikel 21

Nadat de door het burgerlijk wetboek voorgeschreven formaliteiten inzake overlijdensverklaring, vervuld zijn, begeven de declaranten zich naar het bureau van de begrafenissen om de schikkingen betreffende de begrafenis van de afgestorvene te treffen en de kosten van het lijkenvervoer en de begrafenis op voorhand te betalen. De begrafenis wordt geregeld in overeenstemming met zowel de legitieme wensen van de naasten als de noden van de begrafenisdienst.

Indien de naasten geen enkele regeling treffen binnen een tijdspanne van 8 dagen, wordt de begrafenis van ambstwege door het Gemeentebestuur volgens de wijze voorgeschreven voor de onbemiddelde personen en op kosten van de successie uitgevoerd.

De persoon die belast is met het uitvoeren van de begrafenisplechigheden deelt mede of de overledene, ja dan neen, in een kerk, in een tempel of een andere plaats dient gebracht te worden. Hij stemt schriftelijk in met de vastgestelde schikkingen.

Artikel 22

In overeenstemming met de begrafenisonderneming en de familie beslist de gemeente over de dag en het uur van de begrafenisplechtigheid. Deze vinden plaats binnen de acht dagen die volgen op de overlijdensaangifte. Deze termijn kan na beslissing van de burgemeester worden verlengd

Artikel 23

Het stoffelijk overschot moet in een lijkkist worden geplaatst. Het kisten heeft zo snel mogelijk plaats (vooral in geval het overlijden aan een besmettelijke ziekte te wijten is) na het vaststellen van het overlijden door een dokter-verificateur en ten laatste op de dag van de begrafenis. 

Wanneer een gekist lichaam dient vervoerd te worden buiten het Belgisch grondgebied zal de kist verzegeld worden door toedoen van een lid van de begrafenisdienst.

De aangestelde van de dienst van de begrafenissen verzegelt de kist door middel van twee lakzegels aangebracht op de schroeven die het deksel sluiten. Hij is belast met het voorschrijven en, desnoods, met het ambtshalve doen nemen van alle maatregelen om de kisten in behoorlijke toestand te houden, op kosten van de betrokkenen. De kist zal onder geen enkel voorwendsel mogen geopend worden, zonder schriftelijke toestemming van de Burgemeester of op aanvraag van de gerechtelijke overheid.

Het balsemen voorafgaandelijk aan het kisten is toegelaten en behoort tot de bevoegdheid van het Gewest. Het gebruik van kisten, bekledingen, lijkwaden, producten die de natuurlijke en normale ontbinding van de lijken of de crematie tegengaan is verboden. In geval van inbewaringgeving in een wachtkelder is  een hermetisch omhulsel tijdens de volledige duur van de inbewaringgeving verplicht.                                                                                         

Indien het kisten niet binnen de voorgeschreven termijn gebeurt en bij ontstentenis van een aanvraag tot verlenging of van een beslissing om een bijkomende termijn toe te kennen, mag de Burgemeester in zijn hoedanigheid van politiebevoegdheid het kisten van het lijk ambtshalve laten uitvoeren.

De begrafenisleider of zijn vervanger nemen deel aan elke kisting. Deze geven aanleiding tot de betaling van een belasting voor de kisting waarvan het bedrag bepaald wordt door de Gemeenteraad. Behoudens een afwijking toegestaan door de Burgemeester, vindt de laatste kisting ten laatste om 15.30 uur plaats.

Artikel 24

In geval van grote noodzakelijkheid kan het vervoer van de overledene naar het gemeentelijke dodenhuis of naar een funerarium op het gemeentelijke grondgebied mits goedkeuring van de Burgemeester gebeuren. De toelating voor het vervoer wordt door de politieoverheden verstrekt na het overleggen van de identiteitskaart van de overledene en zijn overlijdensverklaring die verduidelijkt dat het om een natuurlijke dood gaat. De vervoerskosten vallen ten laste van de naasten behalve voor personen die levenloos aangetroffen werden op de openbare weg of indien het vervoer omwille van bescherming van de openbare gezondheid door de politie bevolen werd. Ingeval van onvermogendheid vallen de kosten voor het vervoer van het lijk   ten laste van het Gemeentebestuur.

Artikel 25

De lijkverbranding mag slechts geschieden na de toelating verleend door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de plaats van overlijden, of door de Procureur des Konings van het arrondissement waar zich het crematorium bevindt, of van het hoofsverblijfplaats van de overledene indien het overlijden heeft plaatsgehad in het buitenland en mits voorlegging van de volgende dokumenten :

  1. een schriftelijke aanvraag van een lid van zijn familie of een andere persoon bevoegd om in de begrafenisplechtigheden te voorzien of een akte van de overledene waaruit blijkt dat deze laatste uitdrukkelijk verlangt zijn stoffelijk overschot te doen verbranden, en die onderworpen is aan de bekwaamheids- en vormvoorwaarden vereist voor de geldigheid van de testamentaire akten; de minderjarige beschikt vanaf de leeftijd van 16 jaar over de vereiste juridische bekwaamheid om deze wil op geldige wijze te uiten of via een verklaring die ingeschreven werd bij het bevolkingsregister zoals bepaald onder artikel 15 van de wet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
  2. een getuigschrift van de behandelende geneesheer of van de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, waaruit blijkt dat er geen tekens of verschijnselen van gewelddadige en verdachte dood zijn te bespeuren;
  3. een verslag van de beëdigde geneesheer afgevaardigd door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand om de oorzalen van het overlijden na te gaan, bevestigend dat er geen tekens of verschijnselen van gewelddadige en verdachte dood te bespeuren zijn. En dat de overledene geen hartstimulator noch enig ander toestel droeg dat een gevaar tijdens de verbranding zou kunnen opleveren.

De aanvraag tot verbranding of de akte waarin het verlangen wordt uitgedrukt zich te laten verbranden wordt neergelegd op het bureau van de begrafenissen van de plaats van overlijden. Deze dokumenten duiden de plaats waar de verbranding zal geschieden, de begraafplaats en de bestemming van de as aan.

Behalve bij betwisting wordt de toelating tot verbranding toegestaan, vierentwintig uren na de aangifte van de aanvraag en de bijgevoegde stukken. De toelating wordt aan de aanvrager afgeleverd door het bureau van de begrafenissen.

 

Artikel 26

Op vertoon van de toelating tot verbranding en het akkoord van het crematorium, levert de Burgemeester de toelating tot vervoer af die voorgelegd moet worden bij de aankomst in het crematorium.

Artikel 27

De kisten moeten aan de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake die materie beantwoorden om tot de verbrandingsoven te worden toegelaten. 

Indien het lijk, in toepassing op een andere reglementering in een kist met metalen omhulsel werd geplaatst, dan zal het vervolgens voor de verbranding in een andere kist zonder metalen omhulsel moeten worden overgebracht. Het gebruik van een volledig hermetisch afgesloten omhulsel mag, in sommige gevallen worden aanbevolen voor zover het gaat om brandbaar materiaal.

Pacemakers en elke prothese of elk toestel dat ontploffingsgevaar vertegenwoordigt tijdens de verbranding moet worden verwijderd. Dit moet aan de hand van een medisch getuigschrift worden bewezen.

De lijkkist mag niet gevernist zijn. Nochtans mag waterverf worden gebruikt om haar te kleuren.

Het inwendig belegsel moet brandbaar zijn. Geen bijkomstige voorwerpen mogen in de lijkkist worden geplaatst.

De handvatten en andere versieringen, die niet van hout zijn, worden weggenomen vr de kist in de verassingskamer wordt geplaatst.

 

Artikel 28

De begrafenis of het vervoer van het lichaam naar het crematorium heeft, in de gewone gevallen, ten vroegste vierentwintig uur en ten laatste zestig uur na het overlijden plaats.

Deze termijn mag, naargelang de omstandigheden, ingekort of verlengd worden krachtens een beslissing van de Burgemeester, na advies van de dokter-verificateur van de Burgerlijke Stand.

Artikel 29

De kisting, de begraving of de lijkverbranding van behoeftige personen is gratis en ten laste van Watermaal-Bosvoorde. De kosteloosheid wordt toegestaan door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand op voorlegging van een bewijs van behoeftigheid afgeleverd door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, dat de overledene ondersteunde.

Artikel 30

Het overbrengen van de as naar de begraafplaats van Watermaal-Bosvoorde geschiedt door de zorgen van de persoon die bevoegd is om in de lijkplechtigheden te voorzien, en die in het bezit is van de toelating tot vervoer.

 

HOOFDSTUK IV. - OVER DE LIJKSTOETEN.

Artikel 31

De families, rechthebbenden of personen bevoegd om voor de lijkbezorging in te staan voor de personen overleden te Watermaal-Bosvoorde of er neergelegd om er begraven te worden, hebben de vrije keuze wat de lijkwagen en het personeel betreft (uitgezonderd wat in artikel 34 voorzien is) zonder inning van een belasting, behalve degene voorzien in artikel 35 van het huidige reglement

Artikel 32

In principe geschiedt het vervoer alleen per lijkwagen. Elke andere wijze van vervoer moet vooraf uitdrukkelijk door de Burgemeester worden toegestaan. Elke lijkwagen mag slechts één lijk tegelijkertijd vervoeren, behoudens speciale machtiging van de Burgemeester. Het komt de families toe om de noodzakelijke schikkingen te treffen teneinde alle uitvoeringsmodaliteiten van het lijkenvervoer te nemen, zich schikkend naar de geldende wetten en reglementen. De vrijheid van keuze,  die aan de families wordt gelaten, sluit in geen geval uit dat de controlebevoegdheid van de gemeente inzake lijkbezorging geheel en intact blijft.

Artikel 33

De verzegeling van de kisten van alle personen overleden op het grondgebied van de gemeente is verplicht (behalve voor degenen die hun lichaam afgestaan hebben aan een universiteit voor wetenschappelijk onderzoek) en zal worden uitgevoerd door de gemeentelijke begrafenisleider bij het vertrek (tussen 8 en 16 uur 30). Hiervoor zal een belasting geïnd worden. Dit bedrag zal voor het vertrek van het lijk moeten betaald worden. Er wordt een belastingtoeslag geïnd wanneer de verzegeling vóór 8 uur of na 16 uur 30 gebeurt.

Artikel 34

De gemeente neemt gratis de verzegeling en het lijkenvervoer ten hare laste dat als bestemming het kerkhof van Watermaal-Bosvoorde heeft :

  1. van behoeftigen, overleden of levenloos teruggevonden op haar grondgebied. De onvermogenheid wordt vastgesteld op overlegging van een getuigschrift door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn afgeleverd of van gelijk welk bewijsstuk  waardoor de behoeftigheid van de overledene vastgesteld wordt.
  2. de beheerders en de personeelsleden van de gemeente en het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
  3. van militairen gestorven op het Veld van Eer, van de door de vijand gefusilleerde personen, van personen die overleden zijn tijdens verzetsdaden tegen de vijand, van personen, met inbegrip van de krijgsgevangenen, die   overleden zijn gedurende hun gevangenschap of wegvoering door de vijand, die in de gemeente woonachtig waren op de datum van hun overlijden.
  4. de oudstrijders van de oorlog 1914 - 1918 en van de oorlog 1940 - 1945, die in de gemeente wonen. De oorloginvaliden die houder waren van een pensioenbrevet tenlaste van de Schatkist en in de gemeente woonachtig waren op het ogenblik van hun overlijden.

Het lijkenvervoer zal gedaan worden met een lijkwagen voorzien van het nodige materiaal om :

  • het godsdienstige, filosofische of andere ereteken aan te brengen, naargelang de wens van de overledene of de familie;
  • kussens, kronen of bloemtuilen aan vast te haken;

 

Artikel 35

Er wordt een belasting geïnd voor elke lijkstoet die vóór 8 uur op de begraafplaats aankomt. Behoudens afwijking is de aankomst van de laatste lijkstoet op ten laatste 15.30 uur vastgelegd.

Artikel 36

De uren van de lijkstoeten alsook de duur van de uit te voeren plechtigheden worden zodanig vastgesteld dat de billijke verlangens van de families met de noodwendigheden van de begrafenisdienst overeenkomen

Artikel 37

Op aanvraag van de familie wordt het lichaam in een kerk of tempel of op elke andere plaats van eredienst opgebaard.

Artikel 38

Het lijkvervoer geschiedt overeenkomstig de naleving van het verkeersreglement en meer bepaald in overeenstemming met de voorschriften voor het verplaatsen in konvooi (met kruislichten aan).

Artikel 39

De lijkkoetsen worden met gematigde snelheid begeleid vanaf het sterfhuis tot aan de door de begrafenisdienst aangeduide plaats en, gebeurlijk, indien de dienst het toelaat, tot aan de begraafplaats.

Het lijkenvervoer mag alleen onderbroken worden voor het volbrengen van godsdienstige plechtigheden.

Artikel 40

Het is de begeleider van om het even welk voertuig verboden de lijkstoeten te doen stoppen, of ze te onderbreken.

Artikel 41

Indien het lichaam naar een andere begraafplaats gevoerd wordt dan deze van Watermaal-Bosvoorde, kan het ontvangstbewijs van overgave van het lichaam door de dienst begrafenissen gevraagd worden op de begraafplaats waar de teraardebestelling zal plaatshebben.

Artikel 42

Het is verboden, hetzij bij het vertrek, hetzij tijdens de duur van  het vervoer, om het even welk zinnebeeld, teken of voorwerp uit te stallen die de orde of welvoeglijkheid zouden storen.

Artikel 43

Het is de dragers en bestuurders ten strengste verboden, om het even welke reden, de lijkstoet te verlaten. Het is hen verboden te roken gedurende de ganse duur van de dienst. Hun houding en wijze van optreden moet verenigbaar zijn met de dienst die zij waarnemen.

Artikel 44

De lijkstoeten worden in de begraafplaats binnengeleid door de leider die de lijkwagen voorafgaat. Bij zijn intrede op de begraafplaats overhandigt de leider de toelating tot begraven van het lichaam aan de hoofdgrafmaker.

Artikel 45

De lijkwagen wordt in de begraafplaats binnengeleid door de hoofdgrafmaker tot op de plaats van de teraardebestelling of zo dicht mogelijk erbij. Het lichaam wordt uit de wagen gehaald door de grafmakers, op een draagbaar geplaatst en met langzame tred naar het graf of de concessie gedragen. De hoofdgrafmaker schroeft op de lijkkist een loden plaatje dat het jaartal en het begrafenisnummer draagt. Behalve uitzonderingen. wordt nadien onmiddellijk tot de teraardebestelling overgegaan,

Indien het een asurn betreft, wordt er op dezelfde wijze te werk gegaan.

Artikel 46

De kransen en bloemenruikers worden door de grafmakers van de lijkwagen genomen, in de nabijheid van de plaats van de teraardebestelling geplaatst en ten slotte op het gesloten graf, de concessie of aan de voet van het columbarium of crypte neergelegd.

Artikel 47

De hoofdgrafmaker verlaat slechts de plaats wanneer de begrafenis beëindigd is.

 

TITEL II. - GEMEENTEBEGRAAFPLAATS

HOOFDSTUK I. - HOOFDBEPALINGEN.

 

Artikel 48

De gemeentebegraafplaats is onderworpen aan de overheid, aan de politie en aan de gemeentelijke overheden die erover waken dat er geen wanorde noch daden indruisend tegen het respect voor de nagedachtenis van de doden ontstaan en dat er geen ontgraving zonder toestemming wordt uitgevoerd.

De gemeentebegraafplaats is volledig neutraal in overeenstemming met het principe van geloofsvrijheid dat door de Belgische Grondwet wordt gewaarborgd.

Onder voorbehoud van de reglementaire bepalingen betreffende de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om op het ereperk te worden begraven, wordt er op de begraafplaats geen enkele onderverdeling van gronden toegestaan gebaseerd op onderscheid van lidmaatschap  van klooster-  of andere gemeenschappen.

Zo wordt ook de plaatsing van elk teken, embleem of gedenkteken met godsdienstige of filosofische inslag geweerd buiten de percelen bestemd voor de teraardebestelling.

Eventuele godsdienstige erediensten, opgelegd door het rituaal moeten op elk graf afzonderlijk gebeuren.

Artikel 49

De begraafplaats is bestemd voor het begraven van lichamen of asurnen, de bijzetting van de asurnen in het columbarium of in een andere concessie of de uitstrooiing van de as, van personen :

  1. overleden in de gemeente, of ze er woonachhtig zijn of niet.
  2. die hun hoofdverblijf in Watermaal-Bosvoorde hebben maar die buiten het grondgebied van de gemeente overleden zijn.
  3. die een begravingsrecht hebben in een gezamelijke concessie.
  4. die sinds meer dan 20 jaar de gemeente bewonen bij hun opneming bij een lid van zijn familie of hun toelating in een rusthuis, wegens ziekte of ouderdom.
  5. die meer dan 10 jaar de gemeente bewoonden maar om beroepsbezigheden België hebben verlaten, op voorwaarde dat een lid van zijn familie van de eerste graad de gemeente nog bewoont.
  6. die meer dan 25 jaar in de gemeente gewoond hebben.
  7. Van fœtussen, op aanvraag van de ouders die op het grondgebied zijn gedomicilieerd. Onder foetus bedoelt men elke menselijk embryo van 106 dagen tot 180 dagen. Er wordt een plaats voor hen gereserveerd op de Stille kinderweide. Elk embryo beschikt hier over zijn eigen plaats en de teraardebestelling gebeurt op kosten van de gemeente. De familie krijgt de mogelijkheid, indien zij dat wenst, een plaat bevestigd op een paaltje op te richten (vanhetzelfde model als  de plaatjes die worden gebruikt op  het grasperk).   Enkel de voornaam, gekozen door de familie zal er opgeschreven mogen worden. Elke andere inscriptie wordt uitgesloten.Voor deze begrafenissen zijn geen loden identificatieplaatjes vereist en wordt er ook geen inschrijving in de officiële registers gedaan.

De hoofdverblijfplaats wordt bewezen door de inschrijving of vermelding in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister

De personen die niet in de gemeente wonen en niet beantwoorden aan de voorwaarden gesteld in één van de zeven gevallen, hierboven vermeld, kunnen op de begraafplaats geen concessies bekomen.

Artikel 50

Aan elk recht op begraving van de overledene in een gewoon graf in de gemeentelijke begraafplaats is door de familie vrijwillig verzaakt in de volgende gevallen :

  1. wanneer een persoon overleden is te Watermaal-Bosvoorde en zijn lichaam, zelfs tijdelijk, werd overgebracht buiten het grondgebied van de gemeente, geen rekening houdende met een plechtigheid in een kerk of in een tempel  of in een plaats voor erediensten of de aanwezigheid in een funerarium buiten de gemeente gelegen.
  2. wanneer een persoon, die in de gemeente woont, sterft buiten de gemeente en het lichaam begraven werd in een andere begraafplaats dan deze van Watermaal-Bosvoorde.

 

Artikel 51

De personen overleden op het grondgebied van de gemeente, mogen op aanvraag van de familie of van hun naasten , op een andere begraafplaats dan die van Watermaal-Bosvoorde begraven worden. In dit geval laat de Burgemeester de overbrenging toe op voorlegging van een vergunning, afgeleverd door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de plaats waar de begraving moet geschieden.

Het overbrengen van de ontgraven lijken gebeurt volgens dezelfde voorwaarden.

De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand zal de nodige maatregelen voorschrijven, gevergd door de openbare gezondheid en de veiligheid.

Artikel 52

De begravingen en asuitstrooiingen geschieden zonder onderscheid van eredienst of wijsgerige opvattingen, op de plaatsen door de hoofdgrafmaker aangeduid, overeenkomstig de bevelen van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

 

HOOFDSTUK II. - TERAARDEBESTELLINGEN IN HET ALGEMEEN

Artikel 53

Elke teraardebestelling heeft plaats in een afzonderlijk graf, uitgezonderd voor de teraardebestellingen gedaan in de concessies. De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand mag echter toelaten de lijken van de moeder en van het doodgeboren kind of tweelingen in eenzelfde graf te begraven.

Artikel 54

De teraardebestellingen in een gewoon graf worden, voor volwassen personen, ten minste op één meter vijftig centimeter diepte en op twee meter lengte en tachtig centimeter breedte gedaan; voor de kinderen van minder dan zeven jaar, ten minste op één meter vijftig centimeter diepte en op één meter lengte en tachtig centimeter breedte.

De graven worden slechts opnieuw gebruikt na een minimum tijdspanne van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag van de begrafenis.

Geen enkele persoon behalve de grafmaker of een afgevaardigd of gemachtigd persoon heeft het recht begrafenissen uit te voeren.

Geen enkele begrafenis van stoffelijk overschot mag plaatsvinden zonder de toestemming van de gemeentelijke overheid.

Behalve de derogatie, zal de afdaling van de lichamen na de vaarwel plechtigheid plaatsvinden, buiten aanwezigheid van de families en de verwanten.

Artikel 55

De as van de verbrande lijken mag binnen de omheining van de begraafplaats worden bewaard, -hetzij :

  1. begraven in volle grond of concessie,
  2. bijgezet in een nis, crypte of kelder of grafkelder bestemd voor urnen
  3. uitgestrooid op het daartoe bestemd perceel.

De asurnen ,bestemd om in volle grond begraven te worden, bevinden zich in de grasperken  op een diepte van minimum tachtig cm, tussen de niet gecremeerde lichamen.

Een kist voor volwassene mag worden vervangen door asurnen die op dezelfde diepte als een kist worden begraven.

De afmetingen van het omhulsel van de asurnen begraven in volle grond, mogen niet groter zijn dan die van een kubus met een zijde van vijftig centimeter.

De terugname van de kosteloze nissen in het columbarium geschiedt na een minimum van 5 jaar vanaf de bezetting.

Artikel 56

Geen enkel lijk, dat in een gewoon graf moet worden teraarde besteld, mag zich in een onbederfbare kist, of lijkwade bevinden.

Dit geldt ook voor de begraving in concessies in volle grond tenzij afwijkingen worden verleend door de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

Daartegenover moeten de lijken die begraven worden in een grafkelder, een crypte of die vervoerd worden naar het buitenland, geplaatst worden in een lijkkist die aan de binnenkant verzinkt is.

De overtreders zullen verplicht worden, op eigen kosten, het onbederfbaar omhulsel weg te nemen, vr de teraardebestelling zal plaats hebben.

HOOFDSTUK III-TERAARDEBESTELLINGEN IN GRONDCONCESSIES

 

Artikel 57

Grondpercelen, nissen in het columbarium, grafkelders of crypten mogen in de begraafplaats door het Kollege van Burgemeester en Schepenen, als particuliere concessies toegestaan worden.

De voorwaarden volgens dewelke deze concessies mogen toegekend worden, zijn vastgesteld door de Gemeenteraad in het reglement over de grafconcessies.

HOOFDSTUK IV. - DE ONTGRAVINGEN

 

Artikel 58

Geen enkele ontgraving mag geschieden zonder toelating van de Burgemeester, met uitzondering van deze bevolen door de gerechtelijke overheid.

De Burgemeester weigert de toelating of schrijft bijzondere maatregelen voor, wanneer de persoon overleden is ten gevolge van een besmettelijke, epidemische ziekte.

De ontgravingen worden gedaan door het gemeentepersoneel daartoe aangesteld, in tegenwoordigheid van de personen die bevoegd zijn ze bij te wonen en van de beëdigde begrafenisleider die er proces-verbaal van opmaakt.

Er wordt een register bijgehouden waarin alle mekaar opvolgende ontgravingen zonder wit worden opgeschreven. Dit zal in het register der begrafenissen worden ingeschreven naast de inschrijving waarop ze betrekking hebben.

Artikel 59

De ontgraving van een lijk om verbrand te worden, mag slechts toegelaten worden indien de formuliteiten voorgeschreven door de wet van 20 juli 1971 en het Koninklijk Besluit van 19 januari 1973 nageleefd werden.

Artikel 60

Indien de ontgraving gebeurt met het oog op de overbrenging van het stoffelijk overschot naar een andere begraafplaats, is het gebruik van een hermetisch gesloten metalen omhulsel verplicht.

Artikel 61

In geval van ontgraving zonder overbrenging naar het kerkhof van een andere gemeente, schrijft de Burgemeester de vernieuwing van de kist voor, of elke andere maatregel om de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid te vrijwaren.

Artikel 62

Behoudens de uitzonderingen bepaald door de reglementen terzake, zijn de ontgravingstaks, de kosten van een nieuwe kist, de kosten voor het mogelijk wegnemen en terugplaatsen van het monument opgericht op het graf evenals de monumenten opgericht op de naastliggende graven, ten laste van de belanghebbende families of van de verzoeker. Zij moeten eveneens de transport-en herbegravingskosten van het lichaam betalen.

Artikel 63

Elke ontgraving van een lichaam of een asurn is onderworpen aan de betaling van een belasting, waarvan het bedrag door de Gemeenteraad is vastgesteld in het belastings reglement.

HOOFDSTUK V. - MAATREGELEN VAN ALGEMENE POLITIE.

Artikel 64

De begraafplaats is toegankelijk voor het publiek, het ganse jaar, behalve uitzonderingen.

Artikel 65

De toegang tot de begraafplaats is verboden aan personen in staat van dronkenschap, leurders, niet-vergezelde kinderen, dragers van vuurwapens, personen vergezeld van dieren. Honden welke als gids dienen voor een invalide of blinde, zijn wel toegelaten.

Artikel 66

Het is verboden :

  1. de muren en de uitwendige omheiningen van de begraafplaats, evenals de omheining van grafstenen te beklimmen of te overschrijden;
  2. de begraafplaats binnen te treden met andere voorwerpen dan die bestemd voor de graven;
  3. de begraafplaats te betreden of er rond te lopen met materiaal bestemd voor het onderhoud van de graven indien  men deze werken niet kan verrechtvaardigen;
  4. merken of inschrijvingen te doen aan de bomen, planten of takken af te rukken; dit verbod is niet van toepassing voor het normaal onderhoud van de graven door de leden van de familie of de vertegenwoordigers ervan;
  5. de gedenktekens,graftekens of welke voorwerpen ook, die de grafstenen versieren, te beschadigen;
  6. op de grafzerken of grasperken te lopen, te zitten of te liggen;
  7. wegen te beschadigen;
  8. vogels te vangen en hun nesten te vernielen;
  9. kinderen alleen te laten;
  10. binnen de omheining van het kerkhof afval, papier of welke voorwerpen ook elders weg te gooien dan in de daartoe bestemde bakken;
  11. er handelingen uit te voeren in tegenstrijd met de zedelijkheid;
  12. in de lijkenbewaarplaats of de lokalen aan het personeel voorbehouden, zonder toelating, binnen te treden;
  13. enigerlei voorwerpen te venten, ten toon te stellen of te verkopen;
  14. te roken en te spelen;
  15. te zingen of muziek te spelen zonder toelating van de Burgemeester of zijn afgevaardigde;
  16. plakbrieven, borden, schriften of andere publiciteitstekens zowel binnen de begraafplaats als op de ingangspoorten en omheiningen aan te brengen;
  17. de graftekens te fotograferen, er enig werk aan uit te voeren of ze te wijzigen door er op bestendige wijze platen, foto's, godsdienstige of andere zinnebeelden aan te brengen, zonder voorgaande toelating van het Gemeentebestuur;
  18. afgietsels of schetsen te nemen van geheel of gedeelten van gemeenschappelijke of private gedenktekens zonder voorafgaande bijzondere toelating van het Gemeentebestuur;
  19. op welke wijze ook de doorgang van een lijkstoet te belemmeren;
  20. zonder toelating van de hoofdgrafmaker om het even welk voorwerp dat zich in het kerkhof bevindt, weg te nemen of te verplaatsen. Deze bepaling geldt voor gelijk wie en eveneens voor de aannemers die belast zijn aan de graven herstellingen te verrichten, van hoe weinig belang dit ook weze. Alle herstellingen, van welke aard ook, aan de graftekens in het algemeen, mogen slechts uitgevoerd worden met instemming van de hoofdgrafmaker.

Alle inbreuken aan deze bepalingen worden vastgesteld door de leden van het personeel van de begraafplaats, die onmiddellijk de hoofdgrafmaker ervan op de hoogte brengen.

Slechts de kinderwagens en rijtuigen van gebrekkigen mogen op de begraafplaats toegelaten worden. Zij moeten plaatsmaken en blijven staan om de lijkstoeten door te laten.

Artikel 67

Het is aan iedereen verboden zijn diensten of die van derden aan te bieden, hetzij aan de bezoekers van de begraafplaats, hetzij aan de personen die de lijkstoeten vergezellen.

Het is eveneens verboden zijn bemiddeling te verlenen in elke zaak die onder de gemeentelijke bevoegdheid betreffende de begrafenissen valt.

Artikel 68

De hoofdgrafmaker zal alle wanorde, veroorzaakt of uitgelokt door redevoeringen of plechtigheden, onmiddelijk beteugelen of doen ophouden.

De verstoorders worden zonodig door de Politie verwijderd.

Artikel 69

Geen enkel voertuig of wagen, behalve de lijkwagen, mag zonder toelating van de hoofgrafmaker in de begraafplaats binnenrijden.

Artikel 70

Al wie zich niet eerbiedig gedraagt voor de overledene of één van de bepalingen van hoofdstuk V. van onderhavig reglement overtreedt, wordt uit de begraafplaats verwijderd, onverminderd de rechterlijke vervolgingen.

Buiten deze vervolgingen mag de Burgemeester, volgens de ernst van de omstandigheden, de toegang tot de begraafplaats voorlopig ontzeggen aan personen die de ordemaatregelen nopens de rustplaats overtreden hebben.

Artikel 71

Behalve toelating verleend door het administratief personeelslid verantwoordelijk voor de begraafplaats, is het verboden alle dagen tussen 12 uur en 13 uur en na 16 uur, alsook op zaterdag, zondag en feestdagen enigerlei bouw- , grond- of plantwerken op de begraafplaats uit te voeren.

Dit verbod is niet van toepassing voor de families voor het plaatsen van eenvoudige in armen draagbare herkenningstekens, noch op het neerleggen van kransen, bloemen, enz...

Artikel 72

Vanaf de voorlaatste werkdag van de maand oktober tot en met twee november van elk jaar is het verboden :

  1. om het even welk grafteken of stenen te plaatsen of weg te nemen. Dit verbod treft niet het neerleggen van kransen, of bloemen;
  2. opschriften op de graftekens, of de bestaande opschriften dieper te maken; enigerlei beitelwerk of verguldsel uit te voeren; de zerken met of zonder water te reinigen, de graftekens of onderdelen op te voegen of recht te zetten;
  3. bomen, struikgewas of rozelaars van meer dan 1 meter hoog te planten;
  4. de begraafplaats te betreden met kruiwagens of andere voertuigen, emmers en andere reinigingswertuigen. Dit verbod strekt zich niet uit tot de rijtuigen voor het vervoer van bloemen, die bestemd zijn voor het versieren van de graven, behalve op één november.

Enkel het verzorgen van de tuintjes is toegelaten onder voorwaarde dat de wegen niet beschadigd worden en in behoorlijke staat worden gehouden.

Onderhavig artikel is van toepassing onverminderd de rechterlijke straffen.

Artikel 73

De zerken of graftekens die op de voorlaatste werkdag van de maand oktober, niet zouden geplaatst zijn, zullen daags daarna vóór tien uur door de belanghebbenden moeten weggenomen worden en buiten de begraafplaats gevoerd.

De zerken, tekens, bouwstoffen en andere voorwerpen die op hetzelfde ogenblik door de belanghebbenden niet zouden verwijderd zijn, zullen ambsthalve door de zorgen van het Gemeentebestuur opgeruimd worden ten laste en op risico van de overtreders, zonder enig verhaal voor deze laatsten.

De grafkelders moeten voltooid en gesloten zijn vr 29 oktober. De bouwstoffen die op 29 oktober vóór 16 uur niet zouden opgeruimd zijn, zullen ambtshalve door de zorgen van het Gemeentebestuur weggevoerd worden ten laste en op risico van de overtreders, zonder enig verhaal voor deze laatsten.

Onderhavig artikel is van toepassing onverminderd de rechterlijke straffen.

Artikel 74

Het bestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstallen of beschadigingen bedreven ten nadele van de families. Deze zullen vermijden voorwerpen op de graven neer te leggen die hebzucht kunnen uitlokken. De  metalen versieringen zullen stevig aan de gedenktekens vastgemaakt worden.

Artikel 75

Gevonden voorwerpen dienen onverwijld aan de hoofdgrafmaker of zijn plaatsvervanger aangegeven te worden. Deze maakt het proces-verbaal op, dat onmiddellijk aan de hoofdpolitiecommissaris wordt overgemaakt.

In geval dat de vinder van het gevonden voorwerp weigert het te bewaren, neemt de hoofdgrafmaker of zijn plaatsvervanger het voorwerp aan tegen ontvangstbewijs en laat het aan het politiecommissariaat geworden.

Artikel 76

Het is aan al de kistenmakers, begravings-, grafsteen- en vervoerondernemers, hun klerken en alle andere personen verboden zich op te houden in de bureaus van de begrafenisdienst of in de onmiddellijke nabijheid ervan met het doel er hun diensten aan te bieden.

HOOFDSTUK VI. - ORDEMAATREGELEN BETREFFENDE DE MONUMENTEN, DE GRAFSTENEN, DE GRAFTEKENS, DE OPSCHRIFTEN, EN DE BEPLANTINGEN.

Artikel 77

Tenzij wilsbeschikkingen van de overledene of verzet vanwege zijn naastbestaanden en naasten, heeft iedereen het recht op het graf van zijn verwante of vriend, begraven in een gewoon graf, een grafsteen of een ander grafteken te doen plaatsen onder voorbehoud van de bepalingen van het huidig reglement betreffende het bouwen van grafzerken, na te leven en te dien einde een aanvraag tot het gemeentebestuur te richten.

Dit mag niet gebeuren vooraleer het graf ernaast in het tweede gedeelte van het terrein bezet en aangevuld is, en ten vroegste drie maand na de begrafenis.

Op het einde van het vijfde jaar, en nadat belanghebbenden ten minste drie maand op voorhand verwittigd werden van de bestemmingswijziging van de gronden door middel van aanplakbrieven, moeten grafstenen en graftekens door belanghebbenden worden weggenomen zonder enige vordering.

Indien ze niet worden weggenomen binnen de drie maand van het in vorige alinea voorgeschreven bericht, zullen de materialen voorkomend van de graftekens door de gemeente mogen weggenomen worden.

Artikel 78

De aanvragen voor het plaatsen van grafstenen op concessies behelzen vanwege de aanvragers de verbintenis :

  1. tussen de derde en de zesde maand na het bekomen van de concessie een gedenkteken op de richten overeenkomstig de  bepalingen van het reglement op de concessies;
  2. het graftekens gedurende de ganse duur van de vergunning te laten staan;
  3. op het eerste verzoek van het bestuur, aan het gedenkteken en gebeurlijk aan de kelder of crypte, al de herstellingen uit te voeren veroorzaakt door om het even welke reden.

In geval bovenvermelde verbintenissen niet zouden nageleefd worden, behoudt de gemeente zich het recht voor tegen de in gebreke blijvende vergunninghouder of zijn rechthebbenden een rechtsvordering tot schadevergoeding in te spannen.

Bij niet-toepassing van paragraaf 1. en 3. van dit artikel zal elke verdere teraardebestelling in de concessie verboden worden.

Artikel 79

Om reden van de openbare veiligheid is het verboden grafmonumenten te plaatsen met glazen gedeelten, van welke aard zij ook wezen

Artikel 80

De zerken en andere graftekens op gewone graven, buiten deze geplaatst op de vergunde gronden, mogen niet langer zijn dan één meter vijtig centimeter en niet breder dan tachtig centimeter, zonder evenwel de afmetingen van het graf te overschrijden. De maximun toegelaten hoogte is tachtig centimeter. Deze werken worden uitgevoerd zonder metselwerk in de grond.

De projecten voor het plaatsen van gedenktekens op de concessies van 50 jaar moeten aan de goedkeuring van het Gemeentebestuur worden onderworpen. Deze gedenktekens mogen de afmetingen van de concessie niet overschrijden.

In het oude gedeelte van het kerkhof, langs de centrale laan, inclusief de graven dat het rond-punt van de centrale laan omringen, moeten de nieuwe gedenktekens omwille van het behoud van architecturale en esthetische eenheid van het geheel uitgevoerd zijn in hetzelfde materiaal dat in het verleden gebruikt werd (blauwe steen, marmer, bronzen gedenktekens …). Er mag geen granito, geen reproductiesteen of hars worden ingezet.

De voorgestelde projecten worden goedgekeurd onder voorbehoud van het recht van derden wat betreft het artistiek eigendom.

Elke wijziging aan gedenktekens opgetrokken op concessies van 50 jaar zijn onderhavig aan de goedkeuring van het Gemeentebestuur.

Artikel 81

Het is verboden binnen de omheining van de begraafplaats monumenten, grafstenen, kruisen, materialen of welke voorwerpen ook, dienend tot het oprichten van grafstenen of graftekens, neer te leggen.

De stenen moeten gehouwen zijn en klaar zijn om onmiddellijk geplaatst te worden alvorens zij de begraafplaats binnengebracht worden. Het plaatsen van graftekens moet gebeuren zonder onderbreking.

De stenen mogen niet bewerkt worden zonder toelating van de hoofdgrafmaker en dit alleen voor het opknappen en het uithouwen van de opschriften.

De herstellingen van gedenktekens of graftekens in het algemeen, zo gering en van welke aard zij ook wezen, mogen niet uitgevoerd worden zonder toestemming van de hoofdgrafmakers.

De graftekens voor gewone graven of concessies moeten in eenmaal op de begraafplaats gebracht worden, tenzij hun hoog gewicht een afwijking van deze regel rechtvaardigt.

De stenen die dienen tot het oprichten van graftekens op gewone graven en concessies moeten op al hun zichtbare kanten, gehouwen of schoon gemaakt zijn. Op zaterdag, zon- en feestdagen is het verboden materiaal en stenen op de begraafplaats te brengen. Het cement moet in bakken of andere daartoe dienende recipiënten geplaatst worden.

Onvoorziene gevallen en allerlei werken (bv. veranderingen van gedenktekens, het aanbrengen van medaillons, het aanhechten van vazen, enz...) waarvoor een of ander beitelwerk aan bestaande stenen moet gedaan worden, moet het voorwerp uitmaken van een bijzondere aanvraag gericht tot het bestuur. De eventuele verleende machtiging vermeldt in elk geval of de ontworpen werken al dan niet op de begraafplaats mogen uitgevoerd worden.

Artikel 82

De graftekens worden geplaatst door de belanghebbenden na voorafgaande kennisgeving aan de Ambtenaar van de dienst van de begrafenissen deze kennisgeving vermeldt het opschrift of grafschrift dat op de grafsteen moet aangebracht worden.

Het plaatsen gebeurt in aanwezigheid van de hoofdgrafmaker die er over waakt dat de aangrenzende graven niet beschadigd worden.

Er zal over gewaakt worden dat geen enkel opschrift of grafschrift strijdig zal zijn met de zedelijkheid of de welvoeglijkheid.

De opschriften moeten op de graftekens geplaatst worden voor hun aankomst op de begraafplaats.

Bijzondere maatregelen zullen door de belanghebbenden genomen worden on de stabiliteit van de graftekens te verzekeren.

Artikel 83

Er mogen op de concessies van 50 jaar en op de grafkelders slechts stenen geplaatst worden uit gehouwen steen, met uitzondering van graniet of andere agglomeraten.

De zool zal uit één stuk bestaan.

Afmetingen van de grafstenen :

  1. voor een concessie van 15 jaar.

Breedts 0,80m, lengte 1,50m, dikte minimum 8 cm.

  1. voor de concessie van 50 jaar.

Breedte 0,80m, lengte 2m, minimum dikte 15 cm.

  1. voor nieuwe grafkelder van 50 jaar.

Breedte 1m, lengte 2,20m, minimum dikte 10 cm.

Oude grafkelders : zich richten tot de hoofdgrafmaker.

Artikel 84

De gedenktenkens, omheiningen en tuintjes op de grafconcessies moeten voortdurend in goede staat van bewaring, onderhoud en reinheid worden gehouden door de concessiehouders.

Onderhoudsverzuim, dat als verwaarlozing wordt aanzien, staat vast, indien het graf doorlopend in onzindelijke toestand verkeert, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.

De verwaarlozing wordt vastgesteld door een akte opgesteld door de Burgemeester of zijn afgevaardigde, aangeplakt gedurende één jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats alsook aan het begin van de laan.

Indien, ondanks een geschreven verwittiging, de concessiehouders of hun rechthebbenden volharden en hun concessie er vervallen, verwaarloosd of onzindelijk laten bij liggen, dan heeft de gemeente het recht om :

- ofwel ambtshalve en op kosten van de overtreders de nodige werken laten uitvoeren,

- ofwel (indien er geen lijk begraven ligt) ambtshalve de vergunde gronden terug te nemen zonder terugbetaling van de concessieprijs noch van enigerlei vergoeding voor bouwwerken die er verricht worden of voor een gedenkteken dat er zou zijn opgericht,

- ofwel (indien een of meerdere lijken zouden zijn begraven) het terrein gelijk te maken.

Het ganse, onverminderd de schadeloosstelling die aan de in gebreke blijvende concessiehouder of zijn rechthebbenden zou worden gevraagd.

Dezelfde maatregelen kunnen genomen worden voor wat de kelders betreft.

Artikel 85

Alle graftekens, grafzerken, kruisen, enz..., die dreigen in puin te vallen of beschadigd zijn, moeten door de betrokken families hersteld of weggeruimd worden.

Na een vruchteloze aanmaning wordt er ambtshalve overgegaan, op kosten van de belanghebbenden en op bevel van de Burgemeester, tot het afbreken of wegnemen van de beschadigde voorwerpen.

Ingeval het afbreken van de monumenten van ambtswege gebeurt, zullen de materialen de eigendom van de gemeente worden.

Geen enkele herstelling van gedenktekens of van graftekens in het algemeen mag uitgevoerd worden op de begraafplaats, tenzij met toelating van de hoofdgrafmaker en op de door hem aangeduide plaatsen.

Artikel 86

De beplantingen moeten, zonder enige uitzondering, gedaan worden binnen de perken toegewezen aan elk graf, en zo dat zij zich niet uitbreiden over de naastliggende graven, ingevolge het groeien van de struiken. Zij mogen niet hoger dan 1 meter zijn. Zij moeten steeds zo aangelegd worden dat zij het zicht en de doorgang niet belemmeren. Zij die als schadelijk erkend worden, zullen op eerste aanvraag van de hoofdgrafmaker gesnoeid of uitgehakt worden. Zoniet zal dit ambtshalve ten laste van de betrokkenen gedaan worden. Uitzonderingen mogen toegestaan worden

Elke beplanting gedaan op de begraafplaats blijft  eigendom van de gemeente.                     

Het is verboden ledige bloempotten, om het even welke planten, kruisen omheiningen of elk ander grafteken of voorwerp mee te nemen. Dit verbod is niet toepasselijk voor potten en planten die gebruikt werden tot de versiering van wachtkelders, op voorwaarde dat de eigenaar van deze voorwerpen door een agent van de begraafplaats vergezeld wordt.

Deze schikking is toepasselijk op om het even welke persoon en in het bijzonder op de aannemers belast met het uitvoeren van een werk aan de graven, hoe onbeduidend dit ook weze.

Met instemming van de hoofdgrafmaker mogen de families de planten op de graven, die een andere bestemming bekomen, wegnemen, om ze op andere graven te plaatsen.

Het is verboden vr de graven of op de zijkanten van de wegen, waarvan het onderhoud aan het Gemeentebestuur toebehoort, zand, asstenen of om het even welke andere stoffen te latten liggen of rond te strooien.

Artikel 87

Het plaatsen van geprefabriceerde grafkelders gebeurt door het Gemeentebestuur volgens hun plan.

De grafkelders mogen maximum vier boven elkaar liggende vakken bevatten.

Artikel 88

De concessiehouders of de aannemers nemen, op hun verantwoordelijkheid, alle noodzakelijke maatregelen om de naburige graven voor beschadiging te vrijwaren. Ze moeten ten andere alle onderrichtingen van de hoofdgrafmaker strikt naleven.

Artikel 89

Grafvazen of stenen die de opening van een grafkelder verhinderen moeten voorafgaandelijk op kosten van de familie worden verwijderd.

Artikel 90

Het is verboden koorden vast te hechten aan de geplante bomen, bouwmateriaal aan hun voet neer te leggen en in het algemeen hun enige schade te berokkenen.

Artikel 91

De personen die zich belasten met het oprichten van graftekens worden verplicht de plaats waar zij gewerkt hebben in behoorlijke staat te herstellen. Zij moeten de afval opruimen en meenemen. Het is hen, evenals aan de families, streng verboden afval of vuilnis achter te laten op de perken of graven, of het ter plaatse onder te delven.

Artikel 92

Elke verwoesting of schade toegebracht aan beplantingen, wegen of graven wordt onmiddellijk vastgesteld, opdat het Gemeentebestuur en de betrokken families de herstelling zouden kunnen vorderen, onverminderd de toepassing van rechterlijke straffen.

Artikel 93

Wanneer rijtuigen en vrachtwagens toegelaten zijn, volgen zij de door de agenten van het bestuur aangeduide wegen. De rijtuigen of vrachtwagens moeten onmiddellijk afgeladen en buiten de begraafplaats gereden worden zodra ze afgelost zijn.

Bij dooiweer mogen vrachtwagens op de begraafplaats verboden worden.

HOOFDSTUK VII. - DODENHUIS.

Artikel  94

Het dodenhuis is bestemd voor elke overledene mits voorafgaandelijke betaling van een bedrag dat door de Gemeenteraad vastgesteld werd,  afgezien van de transportkosten.

Deze vergoeding kan niet worden geëist voor personen die levenloos aangetroffen werden op de openbare weg indien het vervoer naar het dodenhuis werd opgelegd door het Gemeentebestuur, het Parket of de politie.

Artikel 95

Het vervoer van het stoffelijk overschot naar het dodenhuis, is verplicht wanneer de bescherming van de openbare gezondheid dit vereist.

In geval van epidemie, wanneer het weghalen van de lijken op een bijzondere wijze bevolen wordt en, ten allen tijde zo de openbare gezondheid het vergt, schrijft de Burgemeester, na het advies van de dokter-verificateur ingewonnen te hebben, voor het lijk naar het dodenhuis te vervoeren.

Het vervoer van de overledenen naar het dodenhuis wordt altijd verzekerd door het Gemeentebestuur. De kosten zijn ten laste van de familie.

Artikel 96

Behoudens uitzonderlijke gevallen, is het dodenhuis toegankelijk voor de families van maandag tot en met vrijdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 16 uur.

 

HOOFDSTUK VIII. - BETREFFENDE DE UITTROOIING VAN DE AS.

Artikel 97

Een perk is speciaal aangelegd voor de uitstrooiing van de as.

Artikel 98

Zodra de asurn op de begraafplaats aankomt, belast de hoofdgrafmaker zich dienaangaande met het toezicht.

Artikel 99

De hoofdgrafmaker gaat over tot de uitstrooiing in het bijzijn van de leden van de familie of van de persoon die voor de lijkverzorging instaat. Hij overhandigt hen het vuurvaste stuk.

Artikel 100

De kransen en de bloemenruikers worden in de nabijheid van het uitstrooiingsperk neergelegd.

Artikel 101

Artikel 8 van het Koninklijk Besluit van 19 januari 1973 staat toe dat de uitstrooiing omwille van uitzonderlijke redenen kan worden uitgesteld. Onder deze redenen vallen weersomstandigheden of zelfs familiale omstandigheden. Eens de oorzaken verdwenen, wordt er in overeenstemming met de familie een nieuwe datum vastgelegd indien deze de wens geuit heeft de uitstrooiing te willen bijwone

Artikel 102

Er wordt melding gemaakt van de uitstrooiing van de as in het register van de begrafenissen.

Artikel 103

De facultatieve platen, in verguld aluminium, die de identiteit van de overledene vermelden, zullen verplicht 5 cm grootte op 20 cm breedte hebben. Zij zullen hoogstens de naam, de voornaam, het geboorte en overlijdensjaar vermelden. Zij zullen horizontaal vastgehecht worden door het personeel van de begraafplaats op de plaats door het gemeentebestuur bepaald.

Op de sluitingsplaten van de columbarium cellen van het gemeentebestuur, zullen de platen die de identiteit van de overledenen vermelden, verplicht in verguld aluminium moeten zijn en 20 cm grootte meten op 30 cm breedte.

Deze platen zullen door de families aan het einde van het vijfde jaar weggenomen moeten worden dat de spreidingsdatum van de as of plaatsing van de as in het columbarium volgt. Bij gebrek zullen zij het automatisch op 15 januari van het zesde jaar worden.

De platen die geplaatst werden ter nagedachtenis van de overledenen waarvan de as verspreid werd op de oude strooiweide voor 31 december 2015 zullen gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het jaar van de uitstrooiing, genieten van een nultarief.

Deze platen zullen door de nabestaanden aan het einde van het vijfde jaar, volgende op de spreidingsdatum van de as, weggenomen moeten worden. Bij gebrek zullen zij automatisch verwijderd worden op 15 januari van het zesde jaar worden.

Daarentegen zullen deze platen mogen blijven staan, op de oude strooiweide of geplaatst worden  op het herinneringsmuurtje aan de nieuwe strooiweide, voor een nieuwe termijn van 15 of 50 jaar en dit mits het vereffenen van het in voegen zijnde tarief zoals vastgelegd bij reglement.

 

TITEL III – DE GRAFCONCESSIES

 HOOFDSTUK I :  ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 104

Ongeacht de gekozen wijze van teraardebestelling vervangen drie asurnen een lijk. De andere eventueel bijgevoegde urnen worden als bijkomende urnen beschouwd.

Artikel 105

Grafconcessies dienende tot particuliere graven mogen door het Schepenkollege toegestaan worden.

De concessie kent aan de titularis geen eigendomsrecht toe, maar enkel een recht van gebruik en genot met bijzondere en nominatieve bestemming.

Deze concessies zijn :

  1. Grafconcessies in volle grond voor een termijn van 15 jaar.
  2. Grafconcessies in volle grond voor een termijn van 50 jaar.
  3. Concessies voor grafkelders voor een termijn van 50 jaar.
  4. Concessies van de grafkelder bestemd voor asurnen voor een duur van 50 jaar.
  5. Concessies voor crypten in de grafgalerij voor een termijn van 50 jaar.
  6. Concessies voor nissen in het columbarium  voor een termijn van 15 jaar.
  7. Concessies voor nissen in het columbarium  voor een termijn van 50 jaar.

Artikel 106

De prijs van de grafconcessies maakt het voorwerp uit van een tariefreglement betreffende de concessies, vastgesteld door de Gemeenteraad.

Artikel  107

De prijs van de concessie moet voorafgaandelijk en in één enkele storting betaald worden. Hij wordt verdrievoudigd voor de personen die minder dan één jaar in de gemeente gehuisvest zijn en verdubbeld wanneer de concessiehouder één jaar of meer de gemeente bewoont maar de eerste persoon, die in de concessie dient begraven te worden, niet in de gemeente woont.

Deze prijs wordt met 50% verhoogd indien de overledene niet de gemeente bewoont, maar er 25 jaar heeft gewoond.

Voor de toepassing van deze bepaling kan het bewijs van hoofdverblijf in de gemeente slechts voortvloeien uit een inschrijving of vermelding in de bevolkingsregister of vreemdelingregister.

Artikel 108

De aanvraag van een grafconcessie verbindt de aanvrager zich te schikken niet alleen naar de bepalingen van het huidig reglement en naar die van het reglement op de begraving en verassing, maar ook naar de wijzigingen die er zouden kunnen aangebracht worden. Een concessieaanvraag kan ten gunste van een derde en zijn familie ingediend worden.

Artikel 109

Een zelfde concessie kan slechts dienen als begraafplaats voor de concessiehouder, voor leden van zijn familie, voor de leden van een of meerdere godsdienstige gemeenschappen, evenals voor de personen aangeduid door de concessiehouder.

De overlevende mag een concessie aanvragen voor personen die op het ogenblik van overlijden een feitelijk gezin vormden.

Artikel 110

De concessies zijn onvervreemdbaar behalve aan de Gemeente en op aanvraag van de houder van de concessie.

De terugname van voornoemde concessie is enkel mogelijk in geval van verwerving van een andere concessie.

De gemeente zal het door de concessiehouder betaalde bedrag terugbetalen verminderd met vijftigsten of vijftienden van het aantal verlopen jaren sinds de aankoop van de concessie.

Artikel 111

De definitieve begraving op het kerkhof van een andere gemeente van het lichaam van een persoon waarvoor een individuele concessie werd gekocht, brengt van rechtswege het verval van de toegekende rechten mee.

Het gedenkteken, evenals de grafkelder die desgevallend zijn  opgericht, zullen moeten weggenomen worden binnen de drie maanden volgend op de definitieve begraving; zo niet zullen de materialen welke eruit voortkomen aan de gemeente toebehoren.

Artikel 112

De burgemeester bepaalt de plaatsen waar concessies worden toegestaan.

Behalve in geval van teraardebestelling, zullen deze verrichtingen slechts worden uitgevoerd nadat de vergunninghouder werd uitgenodigd persoonlijk aanwezig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde.

De individuele en gezamenlijke concessies blijven onderworpen aan het toezicht en het gezag van de Burgemeester.

Artikel 113

De afgestane gronden komen in het bezit van de concessie-houders langs de grafdelver of zijn plaatsvervanger om.

De afbakening gebeurt ter plaatse door het kerkhofpersoneel, dat na de beëindiging van de werken nagaat of het toegestane terrein de afmetingen, vermeld in de concessieakte, niet overschrijdt.

Artikel 114

Het recht om grafkelders, crypten of nissen te openen behoort aan de Burgemeester toe. Ze mogen slechts geopend worden zo dit noodzakelijk is voor de dienst van de begrafenissen.

Behalve voor teraardebestellingen zullen deze werkzaamheden slechts gebeuren nadat de concessiehouder uitgenodigd werd er persoonlijk tegenwoordig of door een afgevaardigde vertegenwoordigd te zijn. De grafdelver of zijn plaatsvervanger zal de opening bijwonen.

Artikel 115

De afgestane grond mag teruggenomen worden zo het openbaar belang of de noodwendigheden van de dienst het vereisen.

In dit geval zal er aan de concessiehouder, zonder de minste vergoeding, een nieuwe plaats toegewezen worden.

De ontgraving en de verplaatsing van lijken, evenals de verplaatsing van het gedenkteken en gebeurlijk het bouwen van grafkelders volgens de van kracht zijnde reglementaire voorschriften, zullen gebeuren op kosten van de gemeente.

Artikel 116

Ingeval het gemeentekerkhof verplaatst wordt, hebben de concessiehouders geen ander recht dan de ontgraving en het kosteloos bekomen op het nieuwe kerkhof van een grond van dezelfde oppervlakte als degene die hen werd afgestaan.

Artikel 117

De voortijdige verkoop van concessies is verboden, uitgezonderd concessies van 50 jaar die aangevraagd werden door inwoners die minstens één jaar in de gemeente ingeschreven zijn en tenminste 65 jaar oud zijn. Dit type concessie, indien het om collectieve concessies gaat, is voorbehouden aan echtgenoten, aan personen die een feitelijk gezin vormen of aan de ascendanten of nakomelingen uit de eerste graad. Geen enkele andere persoon behoudens de concessiehouder kan hun plaats innemen.

HOOFDSTUK II :  CONCESSIES

 

A. De concessies in volle grond toegekend voor 15 jaar.

Artikel 118

De concessies worden toegekend voor een duur van 15 jaar, mits de betaling van de prijs vastgesteld in het tariefreglement over de concessies. De termijn loopt vanaf de datum van de beslissing van het Schepenkollege. Deze concessies worden toegekend in de speciaal daartoe bestemde grasperken.

Ze hebben de oppervlakte van 1m2 hetzij 0,60m x 1,50m voor de kinderen minder dan 7 jaar oud en van 1,60m2 hetzij 0,80m x 2m voor volwassenen.

De voortijdige verkoop van concessies voor 15 jaar is verboden.

Artikel 119

Concessies van 15 jaar zijn individuele concessies. Nochtans zal de asurn of het lijk van een lid van de familie of van een persoon aangeduid door de concessiehouder of van de persoon waarmee hij op het ogenblik van overlijden een feitelijk gezin mee vormde in dezelfde concessie mogen bijgevoegd, mits betaling van de prijs vastgesteld door het tariefreglement betreffende de concessies. 

Metalen kisten zijn voor begrafenissen van dit soort concessies verboden.

Behalve derogatie, zal de afdaling van de lichamen na de vaarwel plechtigheid plaatsvinden, buiten aanwezigheid van de families en de verwanten.

Artikel 120

Onverminderd de bepalingen van de wet van 20 juli 1971 mogen concessies van 15 jaar ter plaatse worden verlengd middels een geschreven aanvraag, ingediend voor het verstrijken van de concessie en mits de betaling van de prijs van een concessie van 15 jaar zoals vastgelegd in het tariefreglement dat op dat ogenblik in voege is. De vernieuwing opent een nieuwe periode van 15 jaar. De aanvraag tot vernieuwing kan enkel worden ingediend vanaf de zesde maand voorafgaand aan de datum waarop de concessie verstrijkt.

Artikel 121

Elke verplaatsing van een lijk in een grondconcessie, uitgevoerd op aanvraag van de concessiehouder, brengt voor deze laatste het verzaken aan alle verworven rechten met zich  mee.

Artikel 122

De concessies van 15 jaar eindigen op 31 december van het 15e jaar. De gronden worden op dezelfde datum teruggenomen. De aanvrager van de concessie zal per brief verwittigd worden op het adres vermeld op de aanvraag, evenals door aanplakking bij de ingang van het kerkhof.

De concessiehouder en bij gebreke daaraan zijn rechthebbenden zijn ertoe gehouden tijdens de volledige duur van de concessie het adres en eventuele latere wijzigingen aan de gemeente door te geven.

Artikel 123

Na verloop van het vijftiende jaar en bij gebreke aan vernieuwing, moeten de graf- en gedenktekens zonder enig verzoek door de belanghebbenden worden weggenomen.

Zo dit niet gebeurt binnen de drie maanden, zullen de grafstenen en gedenktekens eigendom van de gemeente worden.

B. Concessie in volle grond toegestaan voor 50 jaar.

Artikel 124

De grondconcessies voor individuele en gezamelijke graven voor een termijn van 50 jaar, worden toegestaan tegen de prijs vastgesteld in het tariefreglement. De termijn van 50 jaar loopt vanaf de datum van het besluit van het Schepenkollege.

In dit soort concessies zijn metalen kisten verboden voor de teraardebestelling.

Behalve derogatie, zal de afdaling van de lichamen na de vaarwel plechtigheid plaatsvinden buiten aanwezigheid van de families en de verwanten.

Artikel 125

De minimum oppervlakte van concessies van 50 jaar, in volle grond, individueel of gezamelijk voor 2 of 3 lichamen bedraagt 1m2, hetzij (0,60m x 1,50m) voor kinderen minder dan 7 jaar en 2m2, hetzij (0,80m x 2,50m) voor volwassenen.

Artikel 126

De plaats van één lichaam mag ingenomen worden door 3 asurnen van maximum (0,50m x 0,50m).

Artikel 127

De concessies van 50 jaar eindigen op 31 december van het vijftigste jaar.

Onverminderd de bepalingen van de wet van 20 juli 1971 mogen concessies van 50 jaar ter plaatse worden verlengd middels een geschreven aanvraag, ingediend voor het verstrijken van de concessies en mits betaling van de prijs voor concessies van 50 jaar voorzien in het tariefreglement dat op dat ogenblik in voege is. De vernieuwing opent een nieuwe periode van 50 jaar. De aanvraag tot vernieuwing kan enkel worden ingediend vanaf de zesde maand voorafgaand aan de datum waarop de concessie verstrijkt.

Artikel 128

Na verloop van het 50 ste jaar, of na verloop van de ontvangen verlenging moeten de graf- en gedenktekens zonder enig verzoek door de belanghebbende weggenomen worden.

Zo dit niet gebeurt binnen de drie maanden, zullen de grafstenen en gedenktekens eigendom worden van de gemeente.

Artikel 129

Mits de betaling van de prijs van opening van de concessie en de prijs vastgesteld in het tarief-reglement in voege op het ogenblik van de wijziging, en op voorwaarde dat de desbetreffende wettelijke bepalingen worden geëerbiedigd en het eerste lichaam op voldoende diepte werd begraven, mag een individuele concessie omgezet worden in een collectieve concessie voor 2 of 3 lijken, of voor bijkomende asurnen.

Artikel 130

Bij elke bijkomende teraardebestelling moet de concessiehouder voorafgaandelijk op zijn eigen kosten het gedenkteken, dat zich op de grondconcessie bevindt, doen wegnemen. Indien het gedenkteken binnen de drie maanden volgend op de teraardebestelling, niet teruggeplaatst is, zal dit werk ambtshalve op kosten en risico's van de ingebreke gebleven concessiehouder, door de gemeente uitgevoerd worden.

 

 HOOFDSTUK III :  GRAFKELDERS

 

Artikel 131

Familiekelders van 2, 3 of 4 boven elkaar liggende vakken mogen worden toegestaan worden voor een termijn van 50 jaar mits betaling van de prijs vastgesteld in het tariefreglement betreffende de concessies.

De termijn van 50 jaar begint te lopen vanaf de datum van de beslissing van het  Schepencollege.

Naargelang het aantal vakken mogen de lijkkisten of urnen van leden van de familie of van personen aangeduid door de concessiehouder, of van de persoon waarmee de concessiehouder een gezin vormde in dezelfde grafkelder worden begraven.

Bijkomende urnen mogen worden bijgevoegd mits betaling van de prijs vastgesteld in het tariefreglement betreffende de concessies alsook de betaling voor de opening van de grafkelder.

Het is verplicht metalen kisten te gebruiken voor de teraardebestelling in de concessies van grafkelders voor 50 jaar.

Behalve derogatie, zal de afdaling van de lichamen na de vaarwel plechtigheid plaatsvinden buiten aanwezigheid van de families en de verwanten.

Artikel 132

De concessiehouder moet een plaats voor zichzelf vrijhouden in de collectieve concessie die hem toegekend werd en mag zich in geen enkel geval aan deze verplichting onttrekken.

Artikel 133

In geval van verplaatsing of omruiling van een concessie voor grafkelders voor een termijn van 50 jaar wordt de prijs die voor de eerste concessie betaald werd van die van de nieuwe concessie afgetrokken.

Artikel 134

Voorafgaandelijk aan elke teraardebestelling in een concessie van 50 jaar, moet de concessiehouder de belastingen of vergoedingen vastgesteld voor de opening van de grafkelder betalen ; bij gebreke wordt het lijk in een gewoon graf ter aarde besteld. Indien het lijk echter in een kist met metalen omhulsel werd geplaatst, dan kan het in een wachtkelder tegen het geldende tarief worden geplaatst.

Artikel 135

Binnen de zes maand vanaf de datum van beslissing van het College van burgemeester en schepenen heeft de concessiehouder de verplichting een graf- of gedenksteen op de grafkelder toegekend voor een termijn van 50 jaar te plaatsen.

Artikel 136

De toegekende grafkelder kan door de gemeente teruggenomen worden indien het openbaar belang of de noodwendigheden van de dienst dit vereisen. In dat geval wordt er gratis een nieuwe plaats aan de concessiehouder toegekend.  De uitgraving en de overplaatsing van de lijken alsook de verplaatsing van de gedenksteen op dezelfde of op een nieuwe begraafplaats geschieden op kosten van de gemeente.

Artikel 137

De grafkelders worden op 31 december van het vijftigste jaar teruggenomen. Verlengingen kunnen echter toegekend worden mits betaling van de prijs volgens het tariefreglement betreffende de concessies.

Ten vroegste 6 maand voor de vervaldatum van het 50ste jaar en op uitdrukkelijke aanvraag van elke belanghebbende persoon, mogen de concessies verlengd worden tegen de prijs en de voorwaarden die van toepassing zijn op het ogenblik van de verlenging.

Artikel 138

Ten minste drie maanden voor het verstrijken van de concessie van 50 jaar, geeft de gemeente hiervan bericht, per aanplakking op de plaats van teraardebestelling.

De concessiehouder en bij gebreke daaraan zijn rechthebbenden zijn ertoe gehouden tijdens de volledige duur van de concessie het adres en eventuele latere wijzigingen aan de gemeente door te geven.

Artikel 139

Na verloop van het 50 ste jaar of bij het einde van de toegestane verlenging, moeten de graf- of gedenktekens zonder enig bericht door de belanghebbenden weggenomen worden. Zo deze wegneming niet geschiedt binnen de drie maanden, behoren deze gedenktekens aan de gemeente toe.

 

HOOFDSTUK IV  GRAFKELDERS BESTEMD VOOR ASURNEN

 

Artikel  140

De grafkelders bestemd voor asurnen mogen voor een termijn van 50 jaar worden toegekend mits betaling van de prijs vastgelegd in het tariefreglement betreffende de concessies.

De termijn van 50 jaar begint te lopen vanaf de datum van de beslissing van het Schepencollege.

Onder voorbehoud van het aantal beschikbare plaatsen, mogen de asurnen van de familieleden van de concessiehouder, van een aangewezen persoon of van de persoon met wie de concessiehouder een gezin vormde in dezelfde grafkelder worden begraven.

Artikel 141

De concessiehouder moet verplicht een plaats voor zichzelf vrijhouden in de collectieve concessie die hem toegekend werd en mag zich daar in geen enkel geval aan onttrekken.

Artikel 142

In geval van verplaatsing of omruiling van een concessie van een grafkelder van 50 jaar wordt de prijs die voor de eerste concessie betaald werd van die van de nieuwe concessie afgetrokken.

Artikel 143

Voorafgaandelijk aan elke teraardebestelling in een concessie van 50 jaar, moet de concessiehouder de belastingen of vergoedingen vastgesteld voor de opening van de grafkelder vereffenen.

Artikel 144

Binnen de zes maand vanaf de datum waarop het College van Burgemeester en Schepenen hun beslissing nam, heeft de concessiehouder de verplichting een grafsteen op de gegunde grafkelder voor een termijn van 50 jaar te plaatsen, waarvan het model door het gemeentebestuur wordt opgelegd.

Artikel 145

De gegunde grafkelder kan door de gemeente teruggenomen worden indien het openbaar belang of de werkingsbehoeften van de dienst dit vereisen. In dat geval wordt er gratis een nieuwe plaats aan de concessiehouder toegekend.  De uitgraving en de overplaatsing van de asurnen alsook de verplaatsing van de zerk op dezelfde of op een nieuwe begraafplaats geschieden op kosten van de gemeente.

Artikel  146

De grafkelders worden op 31 december van het vijftigste jaar teruggenomen. Verlengingen kunnen echter toegekend worden mits betaling van de prijs volgens het tariefreglement betreffende de concessies.

Ten vroegste 6 maand voor de vervaldatum van het 50ste jaar en op uitdrukkelijke aanvraag van elke belanghebbende persoon, mogen de concessies verlengd worden tegen de prijs en de voorwaarden die van toepassing zijn op het ogenblik van de verlenging.

Artikel 147

Minstens drie maand voor de vervaldag van de concessie van 50 jaar, brengt de gemeente advies uit via aanplakking van een klein aanplakbiljet op de plaats van de teraardebestelling en via het opsturen van een brief naar het laatst gekende adres van de concessiehouder.

De concessiehouder en bij gebreke daaraan zijn rechthebbenden zijn ertoe gehouden tijdens de volledige duur van de concessie het adres en eventuele latere wijzigingen aan de gemeente door te geven.

Artikel  148                       

Bij het verstrijken van het vijftigste jaar of bij het verstrijken van een verkregen verlenging, moeten alle gedenkstenen of graftekens, zonder enige vordering worden verwijderd door de belanghebbenden.

Bij gebreke van verwijdering binnen een termijn van drie maand behoren deze gedenktekens aan de gemeente toe.

 HOOFDSTUK IV :  BEGRAFENISGALERIJEN

Artikel 149

De cryptes in de lanen worden voor een termijn van 50 jaar toegekend mits betaling van de prijs vastgesteld volgens het tariefreglement betreffende de concessies.  De Crypten zijn individueel. De asurn van een lid van zijn familie of van een door hem aangewezen persoon of van de persoon waarmee hij op het ogenblik van overlijden een feitelijk gezin mee vormde, kunnen echter wel in dezelfde crypte worden begraven mits betaling van de prijs vastgesteld in het tariefreglement betreffende de concessies en de betaling van de opening van de crypte.

Artikel 150

De sluitingsplaten van de crypten zullen in de oude galerijen uit witte marmer en in de nieuwe galerijen uit blauwe marmer bestaan.

De gemeente verzekert het onderhoud van de begrafenisgalerijen.

Door een crypte in de oude begrafenisgalerij te verwerven verbindt de concessiehouder er zich toe tegen de toegestane crypte, binnen 3 maanden, een sluitingsplaat voorgeschreven door de gemeente, te doen plaatsen.

De concessiehouders zijn verantwoordelijk voor de ongevallen die zich kunnen voordoen door het vallen van de platen.

Elke gebarsten of buiten gebruik gestelde plaat, door welke oorzaak het ook moge wezen, moet onmiddelijk worden vervangen, of zal, volgens het geval, door het gemeentebestuur, op kosten van de concessiehouder, worden vervangen.

Artikel 151

De crypten eindigen op 31 december van het vijftigste jaar. Verlengingen kunnen echter toegekend worden mits betaling van de prijs volgens het tariefreglement betreffende de concessies.

HOOFDSTUK VI : HET COLUMBARIUM EN HET URNENVELD

 

Artikel 152

Artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging bepaalt dat elke begraafplaats over een columbarium en een urnenveld moet beschikken.

Het columbarium is een constructie die bovengronds is.

Het columbarium kan bestaan uit open of gesloten cellen.

Het perceel voor het begraven van de urnen, hier urnenveld genoemd is een speciaal daarvoor ontworpen ondergronds gedeelte onderverdeeld in kleine delen.

Afmetingen van de grafstenen: 50cm op 70 cm.

Artikel 153

De nissen in het columbarium worden toegestaan voor een termijn van 15 of 50 jaar, mits de betaling van de prijs vastgesteld in het tariefreglement betreffende de concessies.

De nissen zijn individueel. Nochtans mag de asurn van een lid van de familie of een persoon aangeduid door de concessiehouder, of van de persoon waarmee hij op het ogenblik van overlijden een feitelijk gezin mee vormde in dezelfde nis begraven worden, mits de betaling van de prijs vastgesteld door het tariefreglement over de concessie en de prijs voor de opening van een nis, voor zover de tweede persoon ten laatste 5 jaar voor het einde van de concessie overleden is.

De nissen van het columbarium mogen niet vernieuwd worden.

Het columbarium is uitsluitend voorbehouden aan de inwoners van de gemeente.

Artikel 154

De platen ten laste van de families die bevestigd worden op de sluitplaten van de cellen van het columbarium, toegestaan voor 15 en 50 jaar, die de identiteit van de overledenen vermelden, moeten uit verguld aluminium vervaardigd zijn met als afmetingen : H. 20cm en B. 30cm.

De platen die op het herinneringsmuurtje van de strooiweide worden aangebracht, die voor 15 jaar en 50 jaar worden toegekend, die de identiteit van de overledene vermelden, zullen verplicht in verguld aluminium moeten zijn en 5 cm van grootte meten op 20 cm van breedte. Zij zullen hoogstens de naam, de voornaam, het geboorte en overlijdensjaar vermelden. Zij zullen horizontaal vastgehecht worden door het personeel van de begraafplaats op de plaats door het gemeentebestuur bepaald.

De platen die geplaatst werden ter nagedachtenis van de overledenen waarvan de as verspreid werd op de oude strooiweide voor 31 december 2015 zullen gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het jaar van de uitstrooiing, genieten van een nultarief.

Deze platen zullen door de nabestaanden aan het einde van het vijfde jaar, volgende op de spreidingsdatum van de as, weggenomen moeten worden. Bij gebrek zullen zij automatisch verwijderd worden op 15 januari van het zesde jaar worden.

Daarentegen zullen deze platen mogen blijven staan, op de oude strooiweide of geplaatst worden  op het herinneringsmuurtje aan de nieuwe strooiweide, voor een nieuwe termijn van 15 of 50 jaar en dit mits het vereffenen van het in voegen zijnde tarief zoals vastgelegd bij reglement.

Artikel 155

De toelating voor het vervoer van het lijk geldt ook voor het vervoer van de as van het crematorium naar de begraafplaats. Het visum van de verbrandingsinstelling moet er worden op aangebracht en dit moet worden beschouwd als zijnde voldoende.

Het gebruik van een lijkwagen is niet meer nodig. De persoon die voor de lijkverzorging instaat kiest de vervoerwijze; dit mag eventueel een gemotoriseerd voertuig zijn.

 

HOOFDSTUK VII- VAN HET EREPERK

 

Artikel 156

Twee eregrafperken zijn voorzien op het Gemeentelijk kerkhof voor de teraardebestelling van de personen , hierna aangeduid, die tenminste één jaar voor hun dood de gemeente bewoonden.

Worden in deze grafperken begraven, op aanvraag van de rechthebbenden :

De oudstrijders van de oorlog 1914-1918, van belgische nationaliteit.

De oudstrijders van de oorlog 1940-1945, van belgische nationalteit, die van een oorlogspensioen genieten ten laste van de schatkist ;

De belgische militairen, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde, gedood tijdens de dienst, gedurende de periode van 10 mei 1940 tot 8 mei 1945.

De belgische militairen woonachtig te Watermaal-Bosvoorde, op 10 mei 1940en in gevangenschap overleden.

De belgische militairen van de oorlog 1940-1945, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde op de datum van hun overlijden, die zich in Engeland bevonden gedurende de vijandelijkheden en die aan de bevrijdingsstrijd van hun vaderland deelgenomen hebben ;

De belgische militairen, gevangenen van de oorlog 1940-1945, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde op de datum van hun overlijden, die na 4 september 1944 werden gerepatrieerd .

De belgische militairen van de oorlog 1940-1945, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde op de datum van hun overlijden, gestorven ten gevolge van verwondingen of ziekten opgedaan gedurende de dienst of gevangenschap, voor zover ze titularissen zijn van een pensioenbrevet voor invaliditeit, ten laste van de schatkist.

De burgers gefusilleerd door de Duitsers gedurende de bezetting ingevolge hun vaderlandse houding

De politieke weggevoerden, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde bij hun deportatie, overleden in gevangenissen of concentratiekampen ;

De politieke weggevoerden, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde op het ogenblik van hun overlijden, overkomen ten gevolge van een aandoening opgelopen tijdens hun deportatie ; voor zover ze titularissen zijn van een pensioenbrevet van invaliditeit ten laste van de schatkist.

De leden van officieel erkende weerstandsgroeperingen, woonachtig te Watermaal-Bosvoorde op de datum van hun overlijden, veroorzaakt wegens verwondingen of aandoeningen opgedaan tijdens de dienst of in gevangenschap, voor zover ze titularissen zijn van een pensioenbrevet voor invaliditeit ten laste van de schatkist ;

De leden van officieel erkende weerstandsgroeperingen, gedood tijdens hun opdracht en woonachtig te Watermaal-Bosvoorde op het ogenblik van hun overlijden ;

Artikel 157

 

Het enig herkenningsteken van de graven is het gedenkteken van het type door het Gemeentebestuur bepaald en geleverd, met uitsluiting van elke andere versiering.

Het opschrift op het gedenkteken wordt door tussenkomst van het Gemeentebestuur aangebracht.

Niets mag aan het gedenkteken worden vastgehecht. Het plaatsen van kransenhouders of eender welke tuilen op de graven is verboden, evenals de versiering door middel van grind, cement grasperk, palmboompjes, enz.

Slechts het neerleggen van natuurlijke bloemen is toegelaten.

 

 

Artikel 158.

 

De eregrafperken zullen gebruikt worden naargelang er beschikbare grond zal zijn.

 

 

Artikel 159.

 

De eregrafkelder mag het stoffelijk overschot bevatten van oudstrijders gedood aan het front, evenals dit van oorlogsinvalieden die zouden komen te sterven en waarvan het percentage van invaliditeit minstens 75% bedraagt.

 

 

Artikel 160.

 

Het kosteloze vervoer door middel van een lijkwagen van eerste klas wordt toegestaan voor de teraardebestelling van het stoffelijk overschot van de  in artikel I van het huidige reglement vermelde personen.

 

 

Artikel 161.

 

Ingeval het stoffelijk overschot van de personen vermeld onder nummer 5buiten het grondgebied van Watermaal-Bosvoorde moesten worden vervoerd, zal niettemin het voordeel voorzien vij artikel 5 worden toegekend.

Nochtans zal het aantal kilometers, berekend volgens het tarief reglement op het lijkenvervoer, aangerekend worden ;

 

 

Artikel 162.

 

Al de oudstrijders en gelijkgestelden hebben bij hun begrafenis recht op een afvaardiging van de Politie.  De lijkkist zal met het nationaal vaandel bedekt worden.

 

 

Artikel 163.

 

Het behoort aan de persoon die met de begrafenis belast is, alle vereiste  bewijzen te leveren die nodig zijn om van de voordelen, in het huidige reglement voorzien, te genieten.

 

 

Artikel 164.

 

Al de vroeger genomen schikkingen betreffende hetzelfde onderwerp zijn nietig.

 

 

 

HOOFDSTUK VII - EERTIJDSE EEUWIGDURENDE CONCESSIES.

 

 

Artikel 165.

 

Er zullen geen nieuwe altijddurende concessies meer worden verleend.

 

Niettemin, telkens na 50 jaar, en zonder retributie, kan de altijddurende concessie die voor de in werking treding van de huidige wet werd verleend, hernieuwd worden op aanvraag van enig belanghebbende.

 

De aanvraag om hernieuwing moet worden ingediend binnen een termijn van twee jaar in gaande bij het verstrijken van het 50ste jaar van de concessie.

 

 

Artikel 166.

Bij het verstrijken van het eerste jaar van die termijn voorzien bij voorafgaand artikel, maakt de Burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarbij de belanghebbenden eraan herinnerd worden dat het behouden van hun recht ondergeschikt is aan een aanvraag om hernieuwing die moet ingediend worden voor de erin vermelde datum.

 

Deze akte, die van geen speciale vorm dient te worden voorzien, wordt toegezonden aan de persoon die de aanvraag om concessie ingediend heeft of, indien hij overleden is, aan zijn erfgenamen of rechthebbenden.

 

De enige vermelding die noodzakelijkerwijs moet voorkomen, is de allerlaatste dag waarop de aanvraag om hernieuwing moet ingediend worden.

 

Indien de Burgemeester of zijn afgevaardigde het spoor van de bovenbedoelde personen niet kan terugvinden, wordt een afschrift van die akte gedurende een jaar aangeplakt op de plaats van de begraafplaats en een ander aan de ingang van de begraafplaats. Het onderzoek ten einde de betrokken personen terug te vinden, beperkt zich tot de zending van een advies aan het laatste adres dat gekend is door de gemeente die de concessie verleend heeft.

 

Bij gebrek aan een aanvraag tot hernieuwing loopt de concessie ten einde.

 

Artikel 167.

 

Bij verplaatsing van de actuele gemeentelijke begraafplaats wordt een perceel van dezelfde oppervlakte als het verleende op de nieuwe begraafplaats voorbehouden, als enig belanghebbende daartoe een aanvraag indient voor de door de Gemeenteraad te bepalen datum.

 

De gemeente zou dan de nieuwe plaatsen aanduiden en zou zich, met uitsluiting van alle andere kosten, belasten met kosteloos opgraven en overbrengen van de lijken.

 

De Gemeenteraad bepaalt de voorwaarden waaraan het overbrengen van lijken ondergeschikt is.

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK IX : DE WACHTKELDERS

 

 

Artikel 168.

 

Ingerichte wachtkelders zijn op het kerkhof ter beschikking van de families gesteld voor de voorlopige inbewaringgeving van lijken en asurnen die :

 

1)        in de familiegrafkelders moeten geplaatst worden.

2)        later moeten vervoerd worden.

 

De in bewaringgeving van een lijk in de wachtkelders is onderworpen aan een voorafgaande betaling van een trimestriële vergoeding vastgesteld in het reglement betreffende de retributie op de begrafenisdiensten.

 

 

Artikel 169.

 

Geen enkele vergoeding mag echter gevraagd worden indien het bijzetten of bijhouden van een lijk in een wachtkelder toegeschreven kan worden aan de gemeente ten gevolge van het niet af zijn van ofwel de grafkelders ofwel de kaders die zij moet bouwen op de toegekende terreinen.

 

 

Artikel 170.

 

Het verblijf van de lichamen in de wachtkelders mag, behoudens goedkeuring van de gemeente de termijn van drie maand niet overschrijden

 

 

Artikel 171.

 

Indien bij het verstrijken van de termijn de families de nodige maatregelen niet hebben getroffen voor de definitieve teraardebestelling, wordt het lijk of de asurn ambtshalve begraven in een individuele grondconcessie.

 

 

Artikel 172.

 

Geen enkel lijk of asurn zal in de wachtkelder mogen geplaatst worden indien het niet ingesloten is in een hermetisch gelast metalen omhulsel. Ingeval het omhulsel ophoudt volledig waterdicht te zijn, zal de belanghebbende familie uitgenodigd worden de vereiste maatregelen te treffen.

 

 

Artikel 173.

 

De graven van de Burgemeesters van Watermaal-Bosvoorde, waarvan geen enkele descendent gekend is, zullen onderhouden en met bloemen versierd worden op kosten van de gemeente, gedurende de duur van de grafconcessie.

 

HOOFDSTUK X :  SLOTBEPALINGEN EN STRAFBEPALINGEN

 

 

Artikel 174.

 

In sommige gevallen mogen uitzonderingen door de burgemeester toegestaan worden die de gemeenteraad op de hoogte brengt.

Elk niet in onderhavig reglement voorkomend geval waarvoor een onmiddellijke oplossing vereist is zal door de burgemeester beslecht worden. 

Artikel 175
Het huidige reglement vernietigt en vervangt het vorige reglement en zal geopenbaard en aangeplakt worden in overeenstemming met artikel 112 van de nieuwe gemeentewet.

Artikel 176

De overtreders van de bepalingen van het  huidige reglement worden gestraft door de in huidig reglement bepaalde politiestraffen, onverminderd de andere straffen voorzien inzake begraafplaatsen en lijkbezorging.

De inbreuken worden vastgesteld door de bevoegde personeelsleden van de dienst begravingen en begraafplaatsen die verslag uitbrengen bij de politiediensten.

Artikel 177

 

Afschriften van onderhavige beraadslaging zullen voor kennisgeving aan de Voogdijoverheid worden overgemaakt.

 

 

Aldus in zitting beraadslaagd,

Namens de Gemeenteraad,

 

 

 

De Gemeentesekretaris,                                                                               De Burgemeester,

E. TIHON.                                                                                                   O. DELEUZE.

 

Voor eensluidend afschrift,

Namens het Kollege,

 

De Gemeentesekretaris,                                                                               De Burgemeester,

E. TIHON.                                                                                                    O. DELEUZE.

 

Reglement :    door de Gemeenteraad goedgekeurd op 15/11/2011

                        door het Brussel-Hoofdstad Gewest goedgekeurd op 05/01/2012

                        door de Gemeenteraad gewijzigd op 18/06/2013

                        door het Brussel-Hoofdstad Gewest verzonden op 24/06/2013

door de Gemeenteraad gewijzigd op 17/11/2015

                        door het Brussel-Hoofdstad Gewest verzonden op 31/11/2015

                        door het Brussel-Hoofdstad Gewest goedgekeurd op 29/12/2015 

 

 

 

 

Document acties