Persoonlijke hulpmiddelen

Jean-Pierre Lipit: het woud als inspiratiebron

Op 30 september tijdens het feest van de Federatie Wallonië-Brussel zet de gemeente de beeldhouwer en etser Jean-Pierre Lipit in de bloemetjes. Lipit heeft altijd in Watermaal-Bosvoorde gewoond en gewerkt. Hij heeft hier tal van activiteiten ontplooid zoals het kunstenaarsparcours Art à l’Air. Samen met anderen heeft hij ook het etsatelier Kasba opgericht. Zijn weervogel, die vanop de Meikeverlaan over de gemeente uitkijkt, geeft de windrichting aan…

Voelde u zich al altijd geroepen om kunstenaar te worden?

Mijn vader, Jean Dufour, was schilder-kunstenaar. En zo kwam het dus dat ik samen met hem begon te schilderen. Na het secundair onderwijs wilde ik dan ook schilder – kunstenaar worden. Hij raadde mij echter aan om een beter betaald werk te kiezen… Het onderwijs leek me wel iets en vermits ik altijd al goed met kinderen overweg kon, ben ik dan maar leraar wiskunde geworden. Vreemd … nietwaar?  

Wiskunde en kunst lijken inderdaad weinig met mekaar te maken hebben …
Hoe tegenstrijdig het ook moge lijken, maar ik heb ook beeldende kunst aan mijn leerlingen gegeven… Het waren toen andere tijden. Zelf volgde ik lessen ets en lithografie aan de Academie voor Schone Kunsten van Watermaal-Bosvoorde. Een leraar die tegelijkertijd wiskunde en beeldende kunst geven was voor de leerlingen interessant: die van mij niet moesten hebben als leraar wiskunde of als leraar beeldende kunst, deden dubbel hun best voor het andere vak… Dat waren de mooiste jaren van mijn leven.

Wanneer werd Jean-Pierre Dufour dan Jean-Pierre Lipit ?
In mijn ogen was Jean-Pierre Dufour de leraar wiskunde. Lipit is een samentrekking van « Li » zoals Liliane, de voornaam van mijn vrouw en van « pitchoun » of « pit », de bijnaam die mijn moeder mij gaf toen ik klein was.

Hoe bent u bij de etskunst en tenslotte de beeldende kunsten beland?

Eerst ben ik mijn vader gevolgd en ben ik beginnen te schilderen; het materiaal lag thuis voor het grijpen. Mijn droom was echter beeldhouwer worden, maar toen was dat moeilijk en ook duur. Vanaf 1973, volgde ik avondlessen beeldhouwkunst. Die techniek beviel mij van bij het begin omdat zij enorm veel mogelijkheden bood. In 1986 heb ik dan leren beeldhouwen door een louter toeval nadat een klant die enkel en alleen met mij wou werken mij een opdracht gaf. Dit was totaal nieuw voor mij en daarom heb ik de hulp van een vriend Hugo Leon Morales die ook kunstenaar is, ingeroepen.  Wij hebben vier personages in boetseeraarde gemaakt, daar dan een mal van gemaakt om ze tenslotte in polyesterhars te gieten. Wij mochten daarvoor het atelier van Joseph Henrion gebruiken. Daar kreeg ik een stuk hars in handen dat ik begon te boetseren, liet smelten… Zo ontstond mijn eerste bronzen beeld in cire perdue van een lange serie. Vervolgens ben ik overgestapt tot houten beelden.

 

In uw werken vindt men vaak dieren en ook de dood terug …  

De schedels van dieren hebben mij altijd al gefascineerd. Als kleine jongen verzamelde ik al schedels. Ik vind dat zij iets esthetisch, iets architecturaal hebben. Het menselijk lichaam is een wondere machine. In onze huidige samenleving wordt de dood heel abstract gehouden. Ik denk dat dit niet de goede levenswijze is: je weet het leven eerst te smaken als je de dood kent… En wat de dieren betreft, net zoals Aesopus en La Fontaine laat ik hen voor mij spreken. Tegelijkertijd zijn het fantasmagorieën. Mijn kunst is mijn visie op de wereld, zelfs al kan dat provocerend of storend overkomen …

 

In de gemeente hebt u het kunstenaarsparcours Art à l’Air gelanceerd en staat u aan het hoofd van het etsatelier Kasba dat net zijn 20 kaarsjes mocht uitblazen!
Ik eis weliswaar de oprichting van Art à l’Air op maar niet die van het Kasba-atelier. Toen de verantwoordelijke van de dienst Cultuur mij voorstelde om me in Kasba in de Middelburgstraat te gaan installeren, dacht ik enkel aan mijn werk als beeldhouwer en is het de wenteltrap die mij ervan heeft weerhouden. Ik heb dan ook geweigerd. Achteraf werd ik door Vanessa Popovitch gecontacteerd. Zij had er zich samen met Marilyne Coppée, Bianca Biji en Laurence Defaux, drie andere kunstenaars - etsers geïnstalleerd. Zij stelden mij voor om hen te vervoegen en mijn lithografiemateriaal en mijn pers mee te brengen. Vandaag zijn we met zeven kunstenaars die deze ruimte en hun kennis delen, maar onze deuren staan open voor kunstenaars uit de hele wereld. Ik meen te mogen zeggen dat wij een zekere internationale faam genieten.

Hoe belangrijk is Watermaal-Bosvoorde in uw leven?

Ik heb mijn hele leven in Watermaal-Bosvoorde gewoond en ik leef nog steeds in het huis waar ik geboren ben. Ik zou echt niet elders willen leven, tenzij misschien in Bretagne omdat de zee een grote aantrekkingskracht op mij uitoefent. Ik houd veel van het Zoniënwoud. Ik bereid overigens een tentoonstelling voor die  Aspects de l’autre forêt de Soignes. zal heten. Al bijna 40 jaar ga ik dagelijks in het woud wandelen en dan bedenk ik verhalen terwijl ik andere laat wegglijden… en zo komen mijn werken tot stand.
 

Het feest van de Federatie Wallonië -Brussel vindt plaats op 30 september om 15 uur in de raadszaal van het Gemeentehuis. Iedereen welkom!  

 

Inlichtingen :

Dienst Cultuur
T. 02.674.74.63
cultuur1170@wb.irisnet.be

 

Document acties