Belasting op de bankautomaten - Reglement - Wijziging

De Gemeenteraad,
Gelet op zijn beraadslaging van 18/11/2014 betreffende de belasting op de bankautomaten, uitvoerbaar verklaard op 01/01/2015 voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2019;
Gezien de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;
Gezien de Ordonnantie van 12.02.2015 wijzigend de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;
Gelet artikel 170 van de Grondwet ;
Gelet op artikels 117 en 118 van de nieuwe gemeentewet;
Overwegende dat het nodig is de bedragen van de belasting regelmatig aan te passen;
Op voorstel van het Schepencollege;
S T E L T   V A S T :
Het volgende fiscaal reglement vanaf 01/01/2020 en voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2024 :
ARTIKEL 1
Er wordt ten behoeve van de gemeente een jaarlijkse belasting geheven op de bankautomaten geinstalleerd op het grond gebied van de gemeente.
Onder bankautomaten wordt verstaan, elk automatisch  toestel dat toelaat geldopnemingen en/of deposito- of spaarverrichtingen uit te voeren.
ARTIKEL 2
De belasting wordt vastgesteld per bankautomaat op :
. 2020 : 1.034,00€
. 2021 : 1.054,50€
. 2022 : 1.075,50€
. 2023 : 1.097,00€
. 2019 : 1.119,00€
Zij is verschuldigd voor het ganse jaar welke ook het ogenblik van de plaatsing van het apparaat moge zijn.
ARTIKEL 3
De belasting is verschuldigd door de uitbater, de natuurlijke of publiek of privaat rechtspersoon of bij gebrek hiervan door de eigenaar van het toestel.
ARTIKEL 4
Elk jaar wordt er, door de zorgen van de gemeentelijke administratie, overgegaan tot de telling van de bankautomaten geinstalleerd op het grond gebied van de gemeente. 
Hiervoor laat de administratie een aangifteformulier aan de uitbaters, eigenaars of aangestelden geworden, die door hen behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend, dient teruggestuurd te worden naar het gemeentebestuur binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van dat aangifteformulier degelijk ingevuld en ondertekend moet terugsturen.
Indien de de uitbater of de eigenaar dit aangifteformulier niet voor 30/09 van het aanslagjaar heeft ontvangen, moet hij er een aanvragen bij het gemeentebestuur.
Het aangifteformulier moet binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van dat aangifteformulier degelijk ingevuld en ondertekend teruggestuurd worden.
De aangifte geldt tot wederopzegging.
De uitbater of de eigenaar van een nieuwe bankautomaat is verplicht een aangifte te doen binnen de twee maanden na de installatie op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 5
De belastingplichtige is verplicht de controle op zijn aangifte te vergemakkelijken, met name door de gevraagde documenten en informatie te verstrekken.
Bij gebrek aan aangifte zoals voorzien in artikel 4 of in geval van onjuiste, onvolledige of onduidelijke aangifte zal de belastingplichtige van ambtswege belast worden.
De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde of als verschuldigd geacht belasting. 
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, stelt de gemeente de belastingplichtige in kennis dat het tot deze procedure overgaat, en dit conform de beschikkingen van artikel 7 van de ordonnantie van 03/04/2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen. De belastingplichtige beschikt over 30 kalenderdagen vanaf de derde werkdag na de datum van verzending van de melding om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.
ARTIKEL 6
De belasting wordt geheven via kohier.
De invordering en de geschillen worden beheerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.
ARTIKEL 7
Het huidig reglement heft alle voorgaande desbetreffende reglementen op.