Belasting op het plaatsen van materialen, containers, kabinen, materieel en allerlei voorwerpen op de openbare weg - Reglement - Wijziging

De Gemeenteraad,
Gelet op zijn beraadslaging van 21/11/2017 met betrekking tot het innen van een belasting op het plaatsen van materialen, containers, kabinen, materieel en allerlei voorwerpen op de openbare weg, uitvoerbaar verklaard op 01/01/2018 voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2019;
Gezien de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;
Gezien de Ordonnantie van 12.02.2015 wijzigend de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;
Gelet artikel 170 van de Grondwet ;
Gelet op artikels 117 en 118 van de nieuwe gemeentewet;
Overwegende dat het nodig is de bedragen van de belasting regelmatig aan te passen;
Op voorstel van het Schepencollege;
S T E L T   V A S T :
Het volgende fiscaal reglement vanaf 01/01/2020 en voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2024 :
ARTIKEL 1
Er wordt een belasting geheven op het plaatsen, op de openbare weg, voetpaden inbegrepen, ter gelegenheid van werken van sloping, oprichting, heroprichting, verbouwing of inrichting van gebouwen of andere werken :
a) van materialen, afbraakprodukten, materieel en allerlei voorwerpen;
b) van containers, d.w.z. allerlei recipienten, al of niet met onderstel op wielen, van « big bags », bestemd om dergelijke materialen, afbraakprodukten, materieel of voorwerpen te bevatten;
c)  van kabinen geplaatst door  mensen die een beroepsactiviteit op  het grondgebied van de gemeente uitoefenen, in vervanging van lokalen die gewoon voor het uitoefenen van hun beroep gebruikt worden. 
De belasting is eveneens verschuldigd voor plaatsing op de openbare weg, voetpaden inbegrepen, van beschermings- of signalisatiematerieel (afsluitingen, enz...) noodzakelijk om veiligheidsredenen wegens de staat van de gebouwen gelegen op de aanpalende eigendommen zelfs indien deze plaatsing opgelegd wordt door de gemeentelijke overheid.
ARTIKEL 2
A. Bij voorafgaande aanvraag :
. Het bedrag van de belasting wordt vastgelegd voor de bezetting van de openbare weg gedurende één dag of een gedeelte hiervan en per elke begonnen schijf van 10 m² op :
. 2020 : 18,50€
. 2021 : 19,00€
. 2022 : 19,50€
. 2023 : 20,00€
. 2024 : 20,50€
. Dit tarief wordt verlaagd, per dag en voor elk 10 m² van bezetting van de openbare weg met betrekking tot steigers geplaatst op de grond of opgehangen zonder opslagruimte naar :
. 2020 : 9,20€
. 2021 : 9,30€
. 2022 : 9,50€
. 2023 : 9,50€
. 2024 : 9,70€
In het geval van plaatsing van steigers in het kader van werkzaamheden die voornamelijk worden uitgevoerd met het oog op energiebesparing, zal een vermindering van 50% worden toegepast.
. In geval van plaatsing van een container op vrijdag vanaf 12 uur en ophaling op de daaropvolgende maandag voor s’middag wordt dit bedrag op een forfaitaire som  gebracht van :
. 2020 : 38,00€
. 2021 : 38,80€
. 2022 : 39,50€
. 2023 : 40,30€
. 2024 : 41,20€
B. Bij afwezigheid van voorafgaande aanvraag :
De hierboven vermelden aanslagvoeten worden verdubbeld.
ARTIKEL 3
De belasting is verschuldigd :
Door de persoon die de toelating om het plaatsen van de containers, materialen of voorwerpen gevraagd heeft.  Bij nalatigheid van deze is de persoon, voor wiens rekening de werken uitgevoerd worden, gehouden tot betaling van de volledige belasting of een gedeelte hiervan ;
De firma die de container, materialen of andere voorwerpen plaatste is medeverantwoordelijk  voor de betaling van de belasting ;
Hetzelfde geldt bij plaatsing zonder toelating en onverminderd de straffen opgelopen wegens dit        feit ;
Voor de gevallen bedoeld in de laatste alinea van  artikel 1 : door de eigenaars van bedoelde       gebouwen.
ARTIKEL 4
Het bedrag van de belasting wordt bepaald volgens de duur van de plaatsing, volgens de aangifte door de aanvrager van de toelating.
Indien de aanvrager een verlenging wenst te bekomen van de oorspronkelijk aangevraagde termijn, dient hij het gemeentebestuur te waarschuwen voor het vervallen van de gegunde toelating.
ARTIKEL 5
Het bedrag van de belasting wordt betaald in handen van de gemeenteontvanger, voorafgaandelijk aan alle plaatsing, en, bij verlenging, voor de nieuwe termijn aanvrangt.  In geval van niet kontant betaling zal de belasting ingekohierd en onmiddellijk invorderbaar worden.
ARTIKEL 6
Het intrekken van de toelating bij politiemaatregel ingevolge schuld van de verkrijger of het afzien door deze van de door hem verkregen toelating brengt voor de belastingplichtige geen enkel recht tot terugbetaling van reeds gestorte sommen.
ARTIKEL 7
De betaling van de belasting houdt geen verplichting in voor de gemeente, tot het instellen van een bijzonder toezicht.  Het plaatsen op de openbare weg van materialen, containers, kabinen, materieel en allerlei voorwerpen bedoeld bij artikel 1 gebeurt op risico en onder aansprakelijkheid van de verkrijger van de toelating, die daarenboven gehouden blijft de voorschriften van het politiereglement terzake na te leven.
ARTIKEL 8
De vrijstelling van de belasting wordt verleend :
Voor wegenwerken;
Voor werken waarvan de bouwmeester de gemeente van Watermaal-Bosvoorde, het O.C.M.W. van Watermaal-Bosvoorde, het Grondbedrijf van Watermaal-Bosvoorde is, of een paragemeentelijk V.Z.W. in wiens beheer, door de Gemeenteraad aangeduide personen aanwezig zijn ;
Voor herstelwerkzaamheden van het trottoir door de eigenaar, op eigen kosten, of wanneer deze werken uitgevoerd worden door derden ten koste van de eigenaar.  Het bewijs van deze werken kan aangevoerd worden door alle rechtsmiddelen. 
ARTIKEL 9
De invordering en de geschillen worden beheerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.
ARTIKEL 10
Het huidige reglement heft alle voorgaande desbetreffende reglementen op.